We hebben een nieuw kabinet. Misschien dit keer wel voor langer dan anderhalf jaar. Dat zou goed zijn voor de stabiliteit van ons land. Maar ook een ramp voor de diversiteit in de politiek.
Kijk maar eens naar de bordesfoto: er staan opnieuw veel minder vrouwen dan mannen. En het wringt extra omdat het niet alleen om aantallen gaat, maar ook om de positie. We vinden de vrouwen vooral in de achterhoede. Wat zegt dat over hun rol en invloed? Worden ze net zo serieus genomen als de mannen in het kabinet?
Ik was niet eens verbaasd bij het zien. Ik hoorde in mijn hoofd het bekende refrein: “Maar we kunnen ze niet vinden. We kiezen voor de beste kandidaten, geslacht doet er niet toe (jawel!).” Alsof vrouwen een zeldzame vogelsoort zijn die alleen verschijnt als Kerst en Pasen samenvallen.
Maar het probleem is niet enkel dit kabinet met vooral veel mannen in blauw pak. De lokale politiek zou een kweekvijver moeten zijn voor vrouwelijk talent. En ook daar haken vrouwen vaak af. Begrijpelijk, de lokale politiek is een slecht betaalde bijbaan met late avonden, een cultuur van ‘altijd beschikbaar’, en een debatstijl waarin ‘hard’ vaak wordt verward met ‘goed’. Partijen zijn bovendien nog te vaak mannenclubjes met informele netwerken. Niet de plek waar je als vrouw vanzelf denkt: hier hoor ik.
Dat blijkt ook uit de cijfers. Op één van de Rijswijkse kandidatenlijsten staan bijvoorbeeld achttien namen: vijftien mannen tegenover drie vrouwen. Op een andere Rijswijkse lijst: twintig kandidaten, waarvan zeventien mannen en drie vrouwen. Dat is niet gelijk en suggereert niet eens de wil voor meer diversiteit. Dat is geen moreel oordeel, dat staat zo op papier. En papier liegt niet, het onthult vooral wat we normaal zijn gaan vinden.
Dan komt er nog het moment dat een man publiek klaagt dat het “niet lekker voelt” wanneer vrouwen hem via voorkeurstemmen passeren. Maar wat “niet lekker” voelt, is soms precies hoe correctie smaakt. Jarenlang was de standaard omgekeerd en heette dat gewoon “de beste kandidaat”.
Er zijn voor vrouwen te weinig zetels en te veel drempels. En dat lossen we op één manier op: een keihard vrouwenquotum in de politiek. Minimaal 50% vrouwen zou ik zeggen. Het voelt misschien “niet lekker”, maar het geeft kleur en broodnodige diversiteit in een wereld waar mannen in blauwe pakken het lang genoeg hebben mogen verprutsen.