Lachen naar de camera? 

17 July 2026, 12:30 uur
Columns
mainImage

Er is iets wrangs aan het beeld van een stad die haar ogen sluit terwijl de zorgen groeien.

De motie van LHN Hart voor Zoetermeer vroeg niet om meer controle, maar om behoud van wat werkt. Cameratoezicht als bewezen instrument tegen overlast en criminaliteit. Toch stemde de nieuwe coalitie tegen. In dezelfde week lezen we over een 14‑jarige jongen die een 72‑jarige man mishandelde. Een voorval dat de stad raakt. Niet omdat het uitzonderlijk is, maar omdat het symbool staat voor een groeiend gevoel van onveiligheid.

Mensen die achteraf aangeven, ik hoorde wel iemand om hulp roepen. Maar misschien omwille van hun eigen veiligheid toch niet durfden? Wat als je weet, er hangen camera’s, en mensen zich veiliger voelen om toch even te kijken?

Cameratoezicht is geen wondermiddel, maar het is een middel. Het helpt niet alleen bij opsporing, maar ook bij preventie en het gevoel van veiligheid. De veiligheid om misschien toch even te kijken als iemand om hulp roept? De wetenschap dat iemand meekijkt, remt gedrag af. En wie niets te verbergen heeft, hoeft zich niet bedreigd te voelen door een camera. Die camera kijkt niet naar je privéleven, maar naar je veiligheid.

En dan de discussie over kostenverdeling tussen gemeente en politie, is allemaal begrijpelijk. Maar veiligheid mag nooit een post zijn waarop bezuinigd wordt.

Een stad die investeert in camera’s investeert in rust, in vertrouwen, in het gevoel dat je ’s avonds zonder angst over straat kunt. De afwijzing van de motie is meer dan een politieke keuze. Het is een signaal. Een signaal dat de balans tussen privacy en veiligheid opnieuw moet worden besproken. Niet in abstracte termen, maar in het licht van wat er zich dagelijks op straat afspeelt.

De nieuwe coalitie zegt te staan voor vooruitgang. Maar vooruitgang zonder veiligheid is een façade. De inwoners van Zoetermeer verdienen een bestuur dat niet wegkijkt, maar meedenkt. Dat begrijpt dat veiligheid geen luxe is, maar een kerntaak van de overheid.

Deze column schrijf ik op persoonlijke titel.