Er zijn nachten die je als bestuurder niet vergeet. Oud en Nieuw in Zoetermeer was er zo één. Niet door het vuurwerk, maar door de momenten ertussen. De sirenes. Hulpverleners die belaagd werden.
De automobilist die inreed op een groep mensen in “mijn” wijk, bij “mijn” mensen. Je voelt het in je buik. Niet als politicus, maar als mens. Onbegrijpelijk voor de stad, onacceptabel voor de mensen en onwaardig voor Zoetermeer. Tegelijkertijd hoorde ik tussen die knallen door iets anders. Een vraag die al langer in onze stad rondzingt. Zien jullie ons nog wel?
Want eerlijk is eerlijk, veel inwoners voelen zich niet meer gezien. Niet door de systemen. Niet door de regels. Soms zelfs niet door de politiek. En dat gevoel komt niet uit de lucht vallen. Als je tien jaar moet wachten op een woning. Als je kinderen noodgedwongen thuis blijven wonen. Als je ziet dat anderen voorrang krijgen terwijl jij al jaren in de rij staat. Dan schuurt het. Dan wringt het. Dan knapt er iets. Dat is de angst die we moeten durven benoemen. Niet om hem groter te maken, maar om hem eindelijk serieus te nemen.
Onlangs las ik een artikel over leiders die zeggen dat ze voor “het volk” strijden, maar zelf in paleizen wonen. Over bewegingen die macht wantrouwen tot ze haar zelf krijgen. Over “leiders” die precies weten hoe hun volk moet leven, maar zelf vooral champagne drinkend in de businessclass de wereld overvliegen. Zo werkt het bij wonen ook, dacht ik. We hebben een systeem gebouwd dat zegt: “het is voor het volk.” Maar ondertussen wachten starters tien jaar, trekken gescheiden ouders in bij familie, slapen jongeren op zolders en banken, en krijgen statushouders structureel voorrang. Niet omdat iemand dat leuk vindt, maar omdat het systeem zo is ingericht. En systemen hebben één ding gemeen, ze luisteren slecht. Het recht is helder. Maar het rechtvaardigheidsgevoel van inwoners is dat ook.
In mijn eerste collegeperiode als wethouder Wonen zag ik het van dichtbij. De dossiers. De wachtlijsten. De gezinnen die nergens heen konden. Maar ik zag ook iets anders. De kracht van mensen die ondanks alles blijven bouwen aan hun wijk. In Palenstein zie ik jongeren die elkaar aanspreken. Buurtbewoners die ingrijpen als het misgaat. Ondernemers en bewoners die op 1 januari al klaarstaan om de wijk op te ruimen. Dat is Zoetermeer. Niet de incidenten, maar de mensen ertussen. Het leven zoals het echt is, rauw, maar ook warm. Op momenten gebroken, maar nooit zonder veerkracht.
Mijn oproep voor 2026 aan bestuurders, vraag niet om blind vertrouwen. Dat moet je verdienen. Elke dag opnieuw. Ik vraag wel om één ding, dat we elkaar weer zien. Dat we elkaar weer vasthouden. Dat we bouwen aan een stad waar recht en rechtvaardigheid weer samen kunnen bestaan. Zoetermeer verdient geen schreeuwers. Zoetermeer verdient bouwers met een hart voor de stad. Volgens de Chinese astrologie wordt 2026 het jaar van het paard. Het jaar waarin we onze kracht hervinden, onze richting kiezen en samen de sprong vooruit maken.
Pak elkaars hand, en spring.
Gelukkig Nieuwjaar
~Deze column schrijf ik op persoonlijke titel~