Welke veiligheidsproblemen moeten de komende vier jaar de meeste aandacht krijgen in Zoetermeer? Die vraag komt nadrukkelijk op tafel nu de gemeente werkt aan het nieuwe veiligheidsbeleid voor de periode 2027-2030. Voordat de gemeenteraad de nieuwe koers vaststelt, moeten ook inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties de gelegenheid krijgen om mee te praten.
De Commissie Samenleving bespreekt op donderdag 17 september het voorstel voor de participatieprocedure rond het nieuwe veiligheidsbeleid, dat de titel ‘Voor een veilig Zoetermeer 2027-2030’ krijgt. Daarmee begint een traject dat uiteindelijk moet leiden tot nieuwe politieke keuzes over veiligheid in de stad.
De discussie is belangrijk, omdat de veiligheidsproblematiek de afgelopen jaren aanzienlijk is veranderd. Traditionele onderwerpen als woninginbraken, overlast en geweld blijven belangrijk, maar gemeenten krijgen steeds nadrukkelijker te maken met jeugdcriminaliteit, ondermijnende criminaliteit, digitale fraude, online bedreigingen en personen met onbegrepen gedrag.
Vooral de ontwikkeling rond jongeren verdient aandacht. Zoetermeer constateert in het huidige veiligheidsbeleid dat de stad te maken heeft met complexe jeugdproblematiek die vergelijkbaar is met die van grotere steden. Daarbij gaat het onder meer om wapengeweld onder jongeren, jeugdgroepen, jongeren die dreigen af te glijden naar criminaliteit en de veiligheid in en rond scholen.
Een belangrijk probleem is bovendien dat de grens tussen online en offline criminaliteit steeds verder vervaagt. Jongeren ontmoeten elkaar niet alleen op straat, maar communiceren via sociale media en andere digitale kanalen. Conflicten die online ontstaan kunnen vervolgens op straat worden uitgevochten. Andersom kunnen incidenten in wijken of op scholen via sociale media snel escaleren.
De gemeente zet daarom nu al in op een combinatie van preventie en handhaving. Jongeren die dreigen af te glijden worden begeleid, terwijl politie, gemeente, onderwijs, jongerenwerk en zorgorganisaties proberen eerder signalen op te vangen. In het nieuwe beleid zal moeten worden bepaald of deze aanpak voldoende is en waar extra maatregelen nodig zijn.
Ook ondermijning blijft een belangrijk onderwerp. Daarbij vermengt de georganiseerde criminaliteit zich met de gewone samenleving. Bedrijfspanden, woningen, horeca of andere ondernemingen kunnen bijvoorbeeld worden gebruikt voor illegale activiteiten. De gemeente werkt hierbij samen met politie en andere instanties.
Digitale criminaliteit vormt eveneens een steeds groter veiligheidsvraagstuk. Inwoners kunnen slachtoffer worden van phishing, bankhelpdeskfraude, identiteitsfraude of andere vormen van online oplichting. Dat vraagt om een andere aanpak dan traditionele criminaliteit op straat. Preventie en voorlichting spelen daarbij een belangrijke rol, omdat een gemeente digitale criminaliteit niet alleen met extra toezicht in wijken kan bestrijden.
Daarnaast krijgt de combinatie van zorg en veiligheid veel aandacht. Overlast door mensen met onbegrepen gedrag kan grote gevolgen hebben voor buurten, terwijl achter de overlast regelmatig complexe psychische, sociale of financiële problemen schuilgaan. Politie en handhaving kunnen dergelijke problemen niet alleen oplossen. Samenwerking met zorg- en welzijnsorganisaties is daarom noodzakelijk.
In het huidige veiligheidsbeleid voor 2023-2026 zijn vijf hoofdonderwerpen benoemd: problematische jeugdgroepen, ondermijning, extremisme en maatschappelijk ongenoegen, digitale criminaliteit en zorg en veiligheid. De komende maanden moet duidelijk worden of deze vijf onderwerpen ook voor 2027-2030 bovenaan blijven staan of dat nieuwe prioriteiten worden toegevoegd.
De nieuwe coalitie heeft veiligheid ondertussen nadrukkelijk op de politieke agenda gezet. In het coalitieakkoord voor 2026-2030 is onder meer aangekondigd dat de capaciteit van boa’s op het gebied van jeugdpreventie wordt uitgebreid. Ook wil het gemeentebestuur meer wijkgericht werken. Dat betekent dat veiligheidsproblemen niet overal in Zoetermeer op dezelfde manier hoeven te worden aangepakt.
Juist dat laatste kan bij de totstandkoming van het nieuwe veiligheidsbeleid belangrijk worden. De veiligheidsbeleving kan per wijk sterk verschillen. Waar inwoners in de ene buurt vooral last hebben van verkeersoverlast of jongeren op straat, kunnen elders woninginbraken, drugsgebruik, intimidatie of overlast rond winkelcentra een grotere rol spelen.
Daarom wil de gemeente niet uitsluitend vanuit het stadhuis bepalen wat de belangrijkste veiligheidsproblemen zijn. Inwoners, ondernemers en organisaties moeten hun ervaringen kunnen meegeven voordat de definitieve prioriteiten worden vastgesteld.
Bij de voorbereiding van het huidige veiligheidsbeleid voor 2023-2026 gebeurde dat eveneens. Er werden destijds bijeenkomsten georganiseerd, samenwerkingspartners werden afzonderlijk benaderd en inwoners konden digitaal aangeven welke veiligheidsproblemen volgens hen aandacht verdienden.
De uitkomsten van de nieuwe participatieronde moeten uiteindelijk worden meegenomen bij het opstellen van het veiligheidsbeleid voor 2027-2030. Daarna is het aan de gemeenteraad om keuzes te maken.
Voor inwoners wordt vooral interessant welke problemen uiteindelijk daadwerkelijk als prioriteit worden aangewezen. Het aantal onderwerpen waarop gemeente, politie en andere organisaties zich kunnen richten is immers groot, terwijl capaciteit en financiële middelen niet onbeperkt zijn.
De politieke discussie zal daarom verder moeten gaan dan de algemene ambitie om Zoetermeer veiliger te maken. De gemeenteraad zal uiteindelijk moeten bepalen waar extra mensen en geld worden ingezet en welke resultaten daarvan worden verwacht.
De behandeling op 17 september is daarmee pas het begin. De belangrijkste discussie volgt wanneer de ervaringen uit de stad zijn verzameld en duidelijk wordt welke veiligheidsproblemen volgens inwoners, professionals en politiek de komende vier jaar bovenaan de Zoetermeerse agenda moeten staan.