Inwoners en ondernemers van Zoetermeer hoeven de komende jaren geen extra verhoging van de onroerendezaakbelasting (OZB) te verwachten. Dat beloven de vier partijen die samen het nieuwe college vormen. Op het aanslagbiljet zal alleen de gebruikelijke inflatiecorrectie zichtbaar zijn.
Ondanks de ambitieuze plannen van het nieuwe stadsbestuur worden de kosten volgens de coalitie niet rechtstreeks doorgeschoven naar inwoners. In plaats daarvan wil het college miljoenen euro’s uit de financiële reserves van de gemeente gebruiken om investeringen mogelijk te maken en tegelijkertijd bezuinigingen zoveel mogelijk te voorkomen.
Volgens de coalitie is het uitgangspunt dat de gevolgen van noodzakelijke keuzes niet onnodig terechtkomen bij inwoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties en andere partners in de stad. De goed gevulde gemeentelijke spaarpot moet daarbij dienen als buffer om de financiële lasten beheersbaar te houden.
Met die aanpak kiest het nieuwe college voor stabiliteit en wil het voorkomen dat inwoners direct worden geconfronteerd met hogere lokale lasten. Tegelijkertijd blijft er ruimte voor investeringen in de stad en voor de uitvoering van de plannen die de coalitie de komende jaren voor ogen heeft.
Wel zal zorgvuldig moeten worden gekeken hoe lang de reserves toereikend zijn. Financiële deskundigen wijzen er vaker op dat het aanspreken van spaargeld een tijdelijke oplossing is en dat gemeenten ook op langere termijn een gezonde begroting moeten behouden.
Voorlopig kunnen inwoners van Zoetermeer echter rekenen op een beperkte stijging van de OZB, waarbij alleen de inflatie wordt doorberekend. Daarmee kiest het nieuwe stadsbestuur nadrukkelijk voor het ontzien van inwoners en het opvangen van financiële tegenvallers met eigen middelen.