De gemeente Zoetermeer heeft voorlopig voorkomen dat de provincie Zuid-Holland verder ingrijpt vanwege de achterstand bij de huisvesting van statushouders. Het door de gemeente opgestelde huisvestingsplan is door de provincie geaccepteerd. Daarmee blijft Zoetermeer vooralsnog uit de volgende fase van de provinciale interventieladder.
De druk op de gemeente was de afgelopen periode flink opgelopen. Zoetermeer staat sinds begin dit jaar op trede 4 van de interventieladder. Bij een verdere opschaling kan uiteindelijk sprake zijn van een formele indeplaatsstelling, waarbij de provincie maatregelen kan nemen als een gemeente haar wettelijke taak onvoldoende uitvoert.
Zoetermeer kampt al langere tijd met een achterstand. Uit recente gemeentelijke informatie blijkt dat de taakstelling voor 2026 inmiddels 225 vergunninghouders bedraagt en dat er daarnaast nog een achterstand van 76 personen bestaat. De schaarste op de sociale woningmarkt maakt het volgens de gemeente moeilijk om voldoende mensen via reguliere huurwoningen te huisvesten.
Om sneller woonruimte beschikbaar te krijgen, zet Zoetermeer daarom in op tijdelijke en zogenoemde doelgroepflexibele huisvesting. De eerste concrete locatie is Boerhaavelaan 33. Daar worden achttien kamers beschikbaar gemaakt voor maximaal 36 vergunninghouders. De kamers worden gedeeld door twee personen en er komen gezamenlijke voorzieningen.
De gemeente verwacht dat de eerste nieuwe bewoners vanaf 1 december hun intrek kunnen nemen. Zij krijgen een huurcontract voor maximaal twee jaar en moeten daarna doorstromen naar andere huisvesting. Zoetermeer wil het pand in eerste instantie voor drie jaar huren. Voor het realiseren van de voorziening wordt subsidie aangevraagd.
De Boerhaavelaan moet niet de enige oplossing worden. De gemeente heeft aangekondigd dat er meer doelgroepflexibele woonvoorzieningen nodig zijn. In Zoetermeer bestaat al tijdelijke huisvesting voor vergunninghouders aan de Danny Kayelaan. Met extra locaties probeert de gemeente minder afhankelijk te worden van het beperkte aantal vrijkomende sociale huurwoningen.
Dat laatste is van belang omdat de druk op de woningmarkt groot is. In het gemeentelijke huisvestingsplan werd eerder een gemiddelde wachttijd van 8,2 jaar voor reguliere woningzoekenden genoemd. Bovendien is afgesproken dat maximaal 30 procent van de vrijkomende sociale huurwoningen naar bijzondere doelgroepen gaat. Daaronder vallen niet alleen statushouders, maar bijvoorbeeld ook mensen die vanwege herhuisvesting urgent zijn, dak- en thuislozen en jongeren die uit een instelling komen.
Met de acceptatie van het huisvestingsplan is het probleem dan ook niet opgelost. Zoetermeer heeft vooral tijd gewonnen. De gemeente zal de komende periode moeten aantonen dat de aangekondigde maatregelen daadwerkelijk leiden tot voldoende nieuwe woonplekken en dat de achterstand verder wordt ingelopen.
De Boerhaavelaan vormt daarbij een van de eerste zichtbare stappen. Als de gemeente onvoldoende voortgang boekt, blijft provinciaal ingrijpen uiteindelijk opnieuw een mogelijkheid.