Bij de griffie van de gemeente van Leidschendam-Voorburg is een opmerkelijk afschrift binnen gekomen van een formele ingebrekestelling, sommatie tot nakoming en aansprakelijkstelling, die betrekking heeft op de tussen de provincie Zuid Holland en en R.C. Vlietland B.V. gesloten erfpachtakten.
De brief is afkomstig van advocatenkantoor BarentsKrans en is namens Vlietland gericht aan Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland. De ingebrekestellingsbrief omvat samen met de bijlagen maar liefst 234 pagina’s.
Het gaat om Vlietland, een groot recreatiegebied waar duizenden inwoners uit Leidschendam- Voorburg, Rijswijk, Zoetermeer en Den Haag jaarlijks gebruik van maken.
Uit de brief met bijlagen blijkt dat er door de gemeente, de provincie en de rijksoverheid (op basis van besluiten van de Gemeenteraad, Provinciale Staten en de Tweede Kamer) is ingestemd met een (verdere) inrichting van Vlietland zoals na goedkeuring door de Raad van State is verankerd in het nu geldende bestemmingsplan voor Vlietland.
Dit bestemmingsplan maakt de realisatie van allerlei nieuwe voorzieningen mogelijk waaronder de bouw van 222 recreatiewoningen.
Dit met de doelstellingen:
1) meer maatschappelijk rendement te genereren op gronden die zijn bestemd voor intensive recreatie waarvan in de praktijk blijkt dat die erg weinig gebruikt worden,
2) blijvend goed beheer en onderhoud van Vlietland te verzekeren
3) gratis toegankelijkheid voor recreanten die Vlietland bezoeken mogelijk te blijven maken. De recreatiewoningen dienen als kostendrager voor de voornoemde doelstellingen.
Teneinde de realisatie van deze doelstellingen mogelijk te maken heeft de Provincie veel overeenkomsten en erfpachtcontracten gesloten met haar private partner in Vlietland RCV. De Provincie komt volgens de advocaat van RCV een groot aantal verplichtingen niet na die zijn vastgelegd in deze overeenkomsten en erfpachtcontracten met RCV. Het betreft het navolgende:
A. Omlegging van de Rietpolderweg. De Provincie moest de Rietpolderweg en de bijbehorende paden “onmiddellijk” na 16 december 2019 omleggen. Nu, bijna zeven jaar later, is dat nog altijd niet gebeurd.
B. Verwijdering van wegen, paden en parkeerterreinen. Dit had de Provincie na 6 december 2021 moeten doen. Bijna vijf jaar later heeft zij dit nog steeds niet gedaan, met uitzondering van parkeerterrein Weegbree, dat wel is verwijderd. De overige verhardingen in het erfpachtgebied liggen er nog. De Provincie stelt voor de verwijdering een voorwaarde die niet is afgesproken. Dit is in strijd met de afspraken.
C. Openbare voorzieningen. De aanleg van onder meer de parkeerterreinen, de stranden en het evenemententerrein had na 6 december 2021 moeten plaatsvinden. De Provincie heeft ze echter nog steeds niet gerealiseerd.
D. Optierecht op gronden tussen de Spartelvijver en de zicht- en geluidwerende wal (waarvoor de Provincie toestemming heeft gegeven deze te realiseren). RCV heeft gebruikgemaakt van haar optierecht om hier extra gronden in erfpacht te nemen. De Provincie verbindt aan de uitgifte een voorwaarde die niet is afgesproken. Dit is in strijd met de contractueel vastgelegde afspraak dat partijen zich verplichten “volledig en onvoorwaardelijk” mee te werken aan deze en andere vervolguitgiften.
E. Optierecht op gronden bij het te realiseren restaurant met allerlei voorzieningen aan het zwemstrand. RCV heeft gebruikgemaakt van haar optierecht om hier extra gronden in erfpacht te nemen. Ruim vier jaar na het verzoek van RCV is deze grond nog steeds niet uitgegeven.
F. Optierecht op gronden bij het Aquapretpark. RCV heeft gebruikgemaakt van haar optierecht om hier extra gronden in erfpacht te nemen. De Provincie verbindt aan de uitgifte een voorwaarde die niet is afgesproken. Dit is in strijd met de contractueel vastgelegde afspraak dat partijen zich verplichten “volledig en onvoorwaardelijk” mee te werken aan deze en andere vervolguitgiften.
G. Calamiteitenroute. De Provincie heeft zich contractueel verplicht tot aanleg van een deugdelijke calamiteitenroute aan de oostkant van Vlietland. Deze route en de drie bruggen in deze route voldoen nog steeds niet aan de wettelijke eisen.
H. Bediening van de Jaap Smitbrug. Deze ophaalbrug in Vlietland is nu al circa twee jaar defect. De Provincie komt haar ter zake contractueel vastgelegde verplichtingen en verder gedane toezeggingen inzake de bediening van deze ophaalbrug op afstand door watersporters en RCV niet na.
I. Elektriciteitskabels. De Provincie onthoudt toestemming voor een stroomkabel naar het toekomstige restaurant bij het zwemstrand en laat een zonder toestemming van RCV aangelegde elektriciteitskabel op de grond van RCV liggen, waardoor de overeengekomen inrichting en exploitatie van deze grond niet kan plaatsvinden.
J. Bewegwijzering op de A4. Als gevolg van de aanleg van de Rijnlandroute zijn twee verwijzingsborden op de A4 naar Vlietland weggehaald. RCV heeft de Provincie dringend verzocht deze borden zo spoedig mogelijk terug te laten plaatsen. Door een onjuiste handelwijze van de Provincie is hier tot nu toe geen invulling aan gegeven en dreigt het enige overgebleven verwijzingsbord naar Vlietland ook te verdwijnen.
Uit de aan GS van de Provincie gestuurde formele ingebrekestelling, sommatie tot nakoming en aansprakelijkstelling blijkt dat RCV jarenlang brieven heeft gestuurd aan de Provincie en er talloze keren overleg is gevoerd door RCV waarin de Provincie door RCV werd aangemaand haar verplichtingen na te komen.
Na recente ontvangst van brieven van de Provincie waaruit blijkt dat de Provincie dat niet van plan is -of niet op een wijze die overeengekomen is- heeft RCV onlangs geconcludeerd dat verder overleg geen zin heeft waarna zij een advocaat in de arm heeft genomen om de verplichtingen van de Provincie juridisch af te dwingen.
Deze advocaat schrijft in zijn brief: “De Provincie schiet toerekenbaar tekort in de nakoming van haar verplichtingen”. en “RCV lijdt daardoor schade en blijft die lijden zolang de Provincie niet nakomt”. Provincie is door deze advocaat aansprakelijk gesteld voor de schade als gevolg van onrechtmatig handelen door de Provincie.
Opvallend is dat deze aan GS van de Provincie verstuurde brief niet uitsluitend als kennisgeving wordt behandeld door Leidschendam-Voorburg. Volgens de registratie is het stuk voor advies in handen gesteld van het college van B&W. Daarmee krijgt het gemeentebestuur de gelegenheid zich te buigen over de inhoud en de mogelijke gevolgen voor Leidschendam-Voorburg.
Gemeenteraad
De Gemeenteraad van Leidschendam- Voorburg krijgt brief op 9 november voorgelegd. De ingebrekestelling is toegevoegd aan de stukken voor de raadsvergadering van maandag 9 november. De vergadering begint om 19.30 uur in de raadzaal van Huize Swaensteyn aan de Herenstraat in Voorburg. Dat het stuk voor advies naar het College is doorgestuurd, betekent niet automatisch dat de gemeente zelf partij is in het juridische geschil. Wel kan het college worden gevraagd de gemeentelijke belangen en eventuele bestuurlijke gevolgen in kaart te brengen.
Door: Bart Bakker