Schrijfonderwijs of inzetten op AI?

22 March 2026, 08:50 uur
Lokaal
mainImage

Een duo-column van leerling en rector van het Alfrink College Zoetermeer

Moeten middelbare scholen in hun onderwijsaanbod focussen op goed leren schrijven of op slim gebruikmaken van AI? Die vraag hoor je vaak, maar is eigenlijk verkeerd gesteld. Het onderwijs moet niet kiezen. Wie leerlingen goed wil voorbereiden op de toekomst, moet beide serieus nemen. Met schrijven bedoelen we, zelf een tekst opstellen, via papier of digitaal. Met gebruik maken van AI bedoelen we het inzetten van AI voor allerlei activiteiten op school, niet alleen voor het genereren van teksten.

AI speelt inmiddels een grote rol in de maatschappij en dat merken we ook op school. Van de medewerkerskamer tot achter in het klaslokaal: overal wordt het gebruikt. AI is niet meer weg te denken. Het is er en het zal alleen maar verder worden doorontwikkeld. In die zin lijkt de huidige ontwikkeling op twee eerdere momenten in de geschiedenis van het onderwijs: de opkomst van het internet en de introductie van de rekenmachine.

Toen het internet opkwam, ontdekten leerlingen al snel dat het handig was voor werkstukken. Informatie werd ineens overal toegankelijk en het scheelde veel tijd. Tegelijk bleef een kritische blik op bronnen noodzakelijk. Iets vergelijkbaars gebeurde nog eerder met de rekenmachine: rekenen ging sneller, maar je moest nog steeds begrijpen wat je invoerde en controleren of de uitkomst klopte.

Met AI maken we nu een vergelijkbare ontwikkeling door — alleen een stap verder.

Dat betekent niet dat schrijven minder belangrijk wordt. Integendeel. Door te schrijven orden je je eigen gedachten, stimuleer je je creativiteit, oefen je actief met formuleren en structureren en kom je vaak tot nieuwe inzichten. Juist daarom moet schrijfonderwijs blijven bestaan, zeker in tijden dat de taalvaardigheid in de maatschappij achteruitrolt. 

Tegelijk kan AI-leerlingen enorm helpen bij het leren. Het kan uitleg geven, oefenopgaven genereren, samenvattingen maken en helpen bij het structureren van een werkstuk. Vragen die vroeger bleven liggen tot de volgende les, kun je nu direct stellen, dat is efficiënt bij het leren. Dat levert bovendien tijd op — iets waar zowel leerlingen als docenten vaak een tekort aan hebben. De voorwaarde is wel dat leerlingen leren kritisch te kijken naar wat AI produceert.

Voor docenten geldt hetzelfde. AI kan helpen bij het maken van (oefen)toetsen, het bedenken van werkvormen voor in de les of het notuleren van een overleg. Maar ook hier geldt: de output is een hulpmiddel, geen eindproduct. 

De kernvraag voor het onderwijs is dus niet óf AI een plek krijgt in de klas, maar hoe. Leerlingen en docenten moeten leren hoe ze goede vragen stellen aan AI en hoe ze de antwoorden kritisch gebruiken. AI kan veel, maar inzicht en verantwoordelijkheid blijven mensenwerk. Scholen moeten zich aldoor afvragen: wat is het doel van wat ze de leerlingen willen leren. Is het doel zelf leren formuleren, zelf leren schrijven, zelf leren structureren, dan is zelf schrijven beter dan de inzet van AI. Is het doel een antwoord te vinden op een onderzoeksvraag, waarbij het doel niet is te oefenen met zelf formuleren, dan is AI een echte uitkomst. Daarnaast kun je AI vragen met je mee te denken, bijvoorbeeld welke herhalingen in je tekst voorkomen of om de tekst in te korten. Als je AI daarbij ook nog eens vraagt om uit te leggen wat er om welke reden is weggehaald, kun je daar ook weer je taalinzicht mee verrijken. 

Welke school leerlingen alleen maar leert schrijven zonder AI, bereidt ze onvoldoende voor op de toekomst. Maar welke school ze alleen op AI laat leunen, leert ze ook niet meer echt denken. Goed onderwijs doet daarom beide en focust op welk leerdoel op welk moment wordt nagestreefd. 

Barni Pethö is leerling in 6 vwo tweetalig en Philip de Vries is rector/bestuurder op het Alfrink College in Zoetermeer.