De burgemeesters van Zoetermeer, Den Haag en Delft willen experimenteren met een digitaal gebiedsverbod om daarmee gewelddadige jongerengroepen uit de regio aan te pakken en geweldsdelicten te verminderen. De lokale VVD-fractie heeft hierover schriftelijke vragen gesteld.
Dit naar aanleiding van een uitspraak op 3 februari door de Rechtbank Midden-Nederland over het door de burgemeester van Utrecht opgelegde 'online gebiedsverbod' tegen een 17-jarige jongen uit Zeist. Het online verbod hield in dat de betrokkene werd verboden om online op te roepen tot een opstand tegen het coronabeleid en vuurwerkverbod.
De jongen was het niet eens met de opgelegde dwangsom van 2.500 euro en stapte naar de bestuursrechter. Die gaf hem gelijk.
'Het verbod in de APV heeft geen betrekking op het online doen van een oproep tot verstoring van de openbare orde in Utrecht. Het verbod houdt in dat het verboden is om bepaald gedrag op een openbare plaats te tonen. Met het plaatsen van een online bericht wordt niet op een openbare plaats bepaald gedrag getoond. Met een openbare plaats wordt bovendien een fysieke plaats bedoeld. Een voor iedereen toegankelijke groepschat is weliswaar openbaar, maar daarmee is het geen openbare plaats die binnen de bevoegdheden van de burgemeester valt.'
De Zoetermeerse VVD 'vindt dat we alles op alles moeten zetten om overlast te voorkomen en om jongeren die afglijden tijdig te ondervangen en weer de goede weg op te helpen. Jongeren die hun leven niet willen beteren, krijgen te maken met zerotolerance handhaving. De burgemeester heeft veel bevoegdheden die hij kan gebruiken om Zoetermeer veiliger te maken. Wij willen dat hij deze ook daadwerkelijk gebruikt of daarmee experimenteert daar waar de wet dit niet verbiedt.'
VVD Zoetermeer wil weten welke gevolgen de uitspraak heeft voor de voorgenomen aanpak van de burgemeesters om te experimenteren met een digitaal gebiedsverbod.