Zoetermeer begeleidt 461 statushouders bij inburgering

14 August 2026, 11:49 uur
Lokaal
mainImage
Taal aan Zee

De gemeente Zoetermeer heeft momenteel 461 inburgeringsplichtige statushouders in de actieve caseload. Voor 335 van hen is inmiddels een Persoonlijk Plan Inburgering en Participatie (PIP) opgesteld. Van de statushouders die hun inburgeringstraject hebben afgerond, heeft 60 procent het beoogde taalniveau B1 bereikt.

Dat blijkt uit antwoorden van het college op vragen van de PVV over de uitvoering van de Wet inburgering 2021. De cijfers hebben als peildatum 30 juni 2026.

Voor 126 van de 461 statushouders is nog geen PIP vastgesteld. Een deel van deze groep valt onder de HAR-regeling of verblijft nog in een asielzoekerscentrum en heeft nog geen woning. Voor hen is deelname aan de inburgering nog niet verplicht. Daarnaast zijn er statushouders bij wie het opstellen van het persoonlijke plan nog in de beginfase zit.

Van de groep die de inburgering inmiddels heeft afgerond, bereikte 60 procent taalniveau B1. Acht procent kwam uit op A2-niveau. De overige 32 procent rondde het traject af via de zogenoemde Z-route. Bij deze route vindt geen taalmeting plaats. De B1-route is in Zoetermeer de meest gevolgde leerroute.

Voor een vergelijking met landelijke cijfers kijkt de gemeente naar de groep die in 2022 met de inburgering begon. In dat jaar werden 31 trajecten gestart. Een groot deel van deze statushouders verhuisde later naar een andere gemeente of werd om bijzondere individuele of medische omstandigheden ontheven van de inburgeringsplicht.

Uiteindelijk bleven zeven inburgeringsplichtigen uit dit cohort over die door Zoetermeer werden begeleid. Drie van hen zijn inmiddels geslaagd. Vier anderen kregen verlenging van hun termijn en hebben de wettelijke termijn daardoor formeel niet overschreden.

Het slagingspercentage voor deze groep komt daarmee voorlopig uit op 43 procent, tegenover een genoemd landelijk gemiddelde van 49 procent. De gemeente benadrukt dat een vergelijking lastig is, omdat het in Zoetermeer om slechts zeven personen gaat en iedere individuele deelnemer daardoor zwaar meetelt in het percentage.

16 boetes sinds invoering wet

Wanneer iemand de wettelijke inburgeringstermijn overschrijdt, is DUO verantwoordelijk voor het eventueel opleggen van een boete. De gemeente houdt deze boetes niet bij. Zoetermeer kan wel zelf optreden wanneer een inburgeringsplichtige zich onvoldoende inspant of niet meewerkt aan onderdelen van het traject.

Sinds de invoering van de nieuwe wet is door de gemeente zestien keer een boete van 50 euro opgelegd. Dat gebeurde op een totaal van 791 inburgeringsplichtigen die sinds de invoering van de wet in beeld zijn geweest.

Daarnaast zijn tot medio 2026 vijftien statushouders ontheven van hun inburgeringsplicht. Van de huidige groep van 461 statushouders hebben 41 personen een tijdelijke vrijstelling. Daaronder bevinden zich onder meer jongvolwassenen die een mbo 2-opleiding of een verlengd ISK-traject volgen.

Verlengingen tot twee jaar

DUO heeft sinds 2022 in totaal elf verlengingen van de wettelijke inburgeringstermijn toegekend aan statushouders in Zoetermeer. De duur varieert van drie maanden tot twee jaar. Redenen kunnen medische omstandigheden, aantoonbare leerproblemen of vertraging buiten de schuld van de inburgeraar zijn.

Hoeveel statushouders na hun inburgering betaald werk hebben gevonden, een opleiding volgen of nog een bijstandsuitkering ontvangen, kan de gemeente niet aangeven. Na afronding van de inburgering vallen zij onder de reguliere Participatiewet. Zoetermeer registreert daarbij inwoners naar hun afstand tot de arbeidsmarkt en niet naar achtergrond.

De kosten voor de uitvoering van de Wet inburgering 2021 worden volgens het college door het Rijk gefinancierd. De voortgang van de inburgering wordt door Zoetermeer gevolgd en opgenomen in de halfjaarlijkse rapportage over het sociaal domein. De gemeente sluit daarbij ook aan bij de benchmark van Divosa/BMC.