De druk op de opvang en huisvesting van vergunninghouders in Zoetermeer blijft groot. Uit nieuwe informatie van het college blijkt dat de gemeente nog altijd te maken heeft met een aanzienlijke achterstand, terwijl ook voor 2026 opnieuw een forse wettelijke huisvestingsopgave geldt.
Zoetermeer moet dit jaar 225 vergunninghouders huisvesten. Daar bovenop kwam een achterstand van 43 personen uit 2025. Daarmee begon de gemeente 2026 met een totale opgave van 268 te huisvesten vergunninghouders.
De achterstand heeft ertoe geleid dat de provincie Zuid-Holland het toezicht op Zoetermeer heeft aangescherpt. De gemeente staat sinds 1 januari op trede 4 van de zogenoemde interventieladder. Zoetermeer moest daarom een speciaal huisvestingsplan opstellen waarin wordt aangegeven hoe de achterstand wordt aangepakt.
Een belangrijk probleem blijft het tekort aan beschikbare woningen. Zoetermeer beschikt zelf niet over een woningvoorraad en is voor de huisvesting grotendeels afhankelijk van woningcorporaties. Tegelijkertijd bedraagt de gemiddelde wachttijd voor reguliere woningzoekenden ongeveer 8,2 jaar.
Daar komt bij dat maximaal 30 procent van de vrijkomende sociale huurwoningen beschikbaar is voor bijzondere doelgroepen. Vergunninghouders moeten binnen die groep concurreren om woonruimte met onder anderen dak- en thuislozen, mensen die vanwege herstructurering moeten verhuizen en jongeren die uit jeugdzorginstellingen komen.
Om de druk te verlichten zoekt de gemeente daarom naar aanvullende oplossingen. Zo wordt tijdelijke woonruimte ingezet en worden nieuwe locaties ontwikkeld. Aan de Boerhaavelaan komen achttien extra kamers en aan de Orfeoschouw gaat de gemeente twintig van de veertig nieuwe appartementen huren. Die woningen kunnen behalve voor vergunninghouders ook voor andere mensen worden gebruikt die dringend woonruimte nodig hebben.
Ook maakt Zoetermeer gebruik van tijdelijke opvang. Omdat vergunninghouders door de woningnood niet snel genoeg naar een reguliere woning kunnen doorstromen, worden kamers gehuurd. Daarmee probeert de gemeente tegelijkertijd ruimte vrij te maken in asielzoekerscentra.
De cijfers maken duidelijk dat Zoetermeer voorlopig nog niet van het huisvestingsprobleem af is. Niet alleen moet de bestaande achterstand worden weggewerkt, er blijven vanuit het Rijk nieuwe vergunninghouders aan de gemeente worden gekoppeld. Tegelijkertijd is de ruimte op de sociale woningmarkt beperkt en wachten ook veel andere Zoetermeerders jarenlang op een woning.
De komende periode zal vooral moeten blijken of de extra tijdelijke woonruimte voldoende is om de achterstand daadwerkelijk terug te dringen en verder ingrijpen door de provincie te voorkomen.