De druk op het sociaal domein in Zoetermeer blijft groot. Vooral de kosten van de jeugdzorg vormen een belangrijk aandachtspunt. Uit de nieuwe Rapportage Sociaal Domein over de eerste helft van 2026 blijkt dat de gemeente volop bezig is met veranderingen in de ondersteuning van inwoners, terwijl tegelijkertijd geprobeerd wordt de sterk gestegen zorgkosten beter onder controle te krijgen.
De grootste financiële zorgen liggen bij de jeugdzorg. Voor 2026 werd eerder rekening gehouden met een budget van ongeveer 101,6 miljoen euro. Op basis van de ontwikkelingen gedurende de eerste helft van het jaar dreigen de uitgaven echter aanzienlijk hoger uit te vallen. De gemeente houdt rekening met een netto overschrijding van ongeveer 3,2 miljoen euro.
Vooral specialistische jeugdhulp is duurder dan verwacht. De kosten voor onder meer ambulante jeugdhulp, jeugd-GGZ en crisisjeugdhulp lopen op. Alleen al bij de specialistische jeugdhulp wordt rekening gehouden met circa drie miljoen euro aan extra kosten.
Tegelijkertijd investeert Zoetermeer in een andere manier van werken. Een belangrijke rol is daarbij weggelegd voor de lokale teams. Die moeten inwoners en gezinnen eerder ondersteunen en voorkomen dat problemen direct leiden tot langdurige en specialistische zorg.
Voor jongeren en gezinnen betekent dit dat vaker eerst wordt gekeken wat binnen het gezin, de omgeving en de vrij toegankelijke ondersteuning mogelijk is. Specialistische jeugdhulp moet beschikbaar blijven wanneer die daadwerkelijk noodzakelijk is. De gemeente wil bovendien beter controleren of ingezette hulp het gewenste resultaat oplevert.
Dat is belangrijk omdat een aanzienlijk deel van de Zoetermeerse jongeren met specialistische jeugdhulp daar langdurig gebruik van maakt. In 2024 kregen 2.280 jongeren drie jaar of langer achtereen specialistische hulp. Dat was bijna 48 procent van alle jongeren die dat jaar specialistische jeugdhulp ontvingen. De gemeente wil dat percentage terugbrengen.
De veranderingen kosten op korte termijn echter eveneens geld. De lokale teams hebben extra medewerkers aangetrokken om onder meer wachtlijsten aan te pakken. De personeelskosten liggen daardoor naar verwachting ongeveer 800.000 euro hoger dan eerder begroot. Een deel daarvan wordt veroorzaakt door externe inhuur.
Zoetermeer wil daarom de komende periode terughoudender worden met verdere personeelswerving en dure externe krachten waar mogelijk vervangen door medewerkers in vaste dienst.
Ook binnen de Wmo verandert de aanpak. Bij huishoudelijke ondersteuning wordt nadrukkelijker gekeken naar wat inwoners zelf nog kunnen. De gemeente werkt met verschillende niveaus van ondersteuning. Daarbij moet een algemene voorziening waar mogelijk voorkomen dat langdurige individuele huishoudelijke hulp noodzakelijk wordt. Wie tijdelijk extra hulp nodig heeft kan kortdurende ondersteuning krijgen, terwijl langdurige maatwerkondersteuning beschikbaar moet blijven voor inwoners die deze echt nodig hebben.
Achter deze veranderingen zit niet alleen een financiële noodzaak. De gemeente wil de ondersteuning dichter bij inwoners organiseren en problemen eerder signaleren. Preventie moet uiteindelijk voorkomen dat mensen later zwaardere en duurdere zorg nodig hebben.
De uitdaging is groot. Zoetermeer moet de komende jaren tegelijkertijd de kosten beheersen, wachtlijsten terugdringen en voorkomen dat inwoners die zorg nodig hebben tussen wal en schip raken.
Juist daarom houdt ook de gemeenteraad de ontwikkelingen scherp in de gaten. Eerder dit jaar besloot de raad dat het college expliciet moet blijven rapporteren over onder meer de personeelswerving, de ontwikkeling van de lokale teams, besparingen binnen de Wmo en jeugdhulp, financiële risico's, wachttijden en de continuïteit van de zorg.
De eerste helft van 2026 maakt duidelijk dat de hervorming van het sociaal domein voorlopig een van de belangrijkste financiële én maatschappelijke dossiers van Zoetermeer blijft.