Een man rijdt met zijn rolkoffer tegen mijn been. Bingo! De zoveelste blauwe plek op mijn toch al rijk voorziene been. ‘Sorry,’ mompelt hij. ‘Geeft niets,’ lieg ik. Het liefst had ik hem een flinke mep met mijn handtas gegeven of hem opgevouwen in zijn rolkoffer en achtergelaten op het perron. Maar ja, zo zijn we niet opgevoed. Het geeft bovendien zo’n gedoe. Hij doet het vast niet expres.

Vandaag lijkt het nationale rolkofferdag. Als ik de touringcar-parkeerplaats passeer, raak ik ongewild verzeild in de vaart der rolkoffertoeristen die zich verdringen bij de bus om een zitplaats bij het raam te veroveren. Naarstig op zoek naar een escape uit deze rij word ik aangesproken door de hostess.

‘Dag mevrouw, welke naam kan ik noteren, u heeft geen bagage om in te laden?’ Het misverstand is snel uit de wereld geholpen. Ik ben op weg naar mijn werk. Achter mij klinkt in onvervalst Rotterdams; ‘nou wijfie, je bent anders van harte welkom. Ik hou wel een plekkie voor je vrij.’ Ik bedank voor de vriendelijke uitnodiging en wens meneer en de hostess een fijne reis langs de Rijn en rolkoffer verder richting another day at the office.

Vanuit Zeeuws-Vlaanderen volgde Elsje Veth in 2011 haar hart naar Zoetermeer waar zij sindsdien samenwoont met fotograaf Chris van Dijke. Moeder van twee volwassen zoons en oma van kleinzoon Xavi. Werkt als fulltime secretaresse in Den Haag. Ze publiceerde twee verhalenbundels; ‘Neus snuiten en doorhoesten’ (2015) en ‘Rafels’ (2017). ,,Mijn columns ademen charme, levenslust, wijn en hoge hakken uit. Met hier en daar een vleugje peper,” Twitter: @elsjeschrijft.