Er ging een zucht van verlichting door Nederland op de avond van 4 mei om drie minuten over acht. De stilte was als vanouds. De dreigende verstoring was, mede dankzij duidelijk en kordaat ingrijpen van onze rechterlijke macht, achterwege gebleven.

Ik heb mij afgevraagd wat iemand bezielt om zo’n onrust te creëren. Zelfs als je luistert en begrip toont voor zijn argumentatie, kan ik niet begrijpen dat je op het idee komt om te tornen aan een zo belangrijke traditie als Dodenherdenking.

In mijn tijd als geschiedenisleraar stond ik altijd in de meidagen stil bij het belang van 4 en 5 mei. Hadden we goede gesprekken over wat ‘goed’ en ‘fout’ was en constateerden wij dat een oordeel lang niet altijd gemakkelijk is. Ik probeerde mijn leerlingen zich te laten inleven en bij hen het besef te laten groeien dat de oorlogskerkhoven vol liggen met jongens die niet zo gek veel ouder waren dan zij.

Ik las tot slot het ‘lied der achttien doden’ van Jan Campert en vroeg hen om op 4 mei, waar ze ook waren, de twee minuten stilte te eerbiedigen. Om vervolgens op 5 mei de vrijheid uitbundig te vieren. Ook 5 mei is een bijzondere dag. Stilstaan bij het feit dat wij zijn opgegroeid in vrijheid. Dat we leven in een Democratie, waarin iedereen een mening mag hebben. Maar waar we gelukkig ook een volstrekt onzinnig idee kunnen tegenhouden binnen de grenzen van diezelfde Democratie.

Voor mij is 4 mei veel meer dan een mooie traditie die blijven moet, zeker nu ook de laatste getuigen er niet meer bij kunnen zijn. En 5 mei is een heel bijzondere dag. Vanaf dit jaar nog meer dan voorheen. Mijn eerste kleinkind werd afgelopen zaterdag de vijfde mei geboren. Een schitterend jochie dat hopelijk zijn leven lang kan genieten van de vrijheid waarvoor velen zijn gevallen. Als je zo’n ‘kind van de vrijheid’ voor het eerst in je armen houdt, ben je opnieuw even twee minuten heel stil.

Laat een reactie achter