Als gemeenteraadslid mag ik me bemoeien met de bouw en het onderhoud van schoolgebouwen, met de speelplaatsen en wat daar wel en niet mag gebeuren, gerookt en gedronken, met het vervoer van kinderen die in andere plaatsen naar school gaan, met de leerplicht en de leerplichtambtenaar, met de jeugdzorg en nog veel meer wat de kinderen betreft, maar vanuit de gemeente hebben we niets te zeggen over het onderwijs zelf.

Daar weet ik dus ook niet heel veel van, ik moet het vooral hebben van wat ik in de media lees. Geen idee of daar veel nepnieuws bij is, maar ik verbaas me voortdurend!

Ik zie dat leerkrachten in actie komen voor meer salaris en minder werkdruk. Ik val uit mijn stoel als ik lees dat zelfs de docenten die les geven aan zeer moeilijk lerende of zeer moeilijk opvoedbare kinderen – wat een engelengeduld hebben die mensen! – niet naar behoren betaald worden. En ik hoor met grote regelmaat over onderwijshervormingen. Dat laatste al sinds ik – toen ik in de vorige eeuw bleef zitten in de eerst klas van de HBS – pardoes in de zogenaamde brugklas van de Mammoetwet schoot.

Kloof

Ik heb niet helemaal kunnen volgen wat er van de hervormingen waarover op de radio wordt gepraat is doorgevoerd en wat in gepraat is blijven steken, maar ik zie wel dat er nog steeds een groot gat is tussen het onderwijs en de werkgevers. Vanuit de gemeente wordt er al decennia lang geld uitgetrokken om de kloof tussen onderwijs en werkgevers kleiner te maken, maar tot op de dag van vandaag hoor ik van scholen, leerlingen en ouders dat ze geen stageplaatsen kunnen vinden en hoor ik van werkgevers dat de jongelui niet de goede dingen hebben geleerd. Het is blijkbaar heel erg moeilijk om dat op te lossen.

Waar ik me nog het meest over verbaas, is dat het niet lukt om er voor te zorgen dat de jeugd de basis onder de knie krijgt. Ik heb het over taal en rekenen. September vorig jaar heb ik nog een middag in de Dutch Innovation Factory gezeten waar prinses Laurentien samen met andere hotemetoten de Week van de Alfabetisering opende. Of we wel wisten hoeveel miljoenen(!) Nederlanders de taal niet voldoende machtig zijn om goed te kunnen functioneren. Ook de top van het Ministerie was aanwezig: we moesten vooral met man en macht aan de slag om ervoor te zorgen dat al die volwassenen gevonden worden om de inhaalslag te maken, zodat ze allemaal een stuk gelukkiger worden.

Bootmissers

Wat me opviel: het gaat steeds over volwassenen die ergens in hun schoolcarrière de boot hebben gemist en die zich met smoesjes als leesbril-vergeten door het leven moeten slaan. Maar dat is potjandorie al jaren zo! Waarom stond het Ministerie van Onderwijs zich daar niet dood te schamen? Waarom hoor je dan niet tegelijkertijd: ‘en we gaan er voor zorgen dat iedereen die vanaf NU de school verlaat over voldoende leesvaardigheid beschikt’? Het lijkt erop dat we nog steeds nieuwe generaties bootmissers kweken.

Misschien komt het omdat we de lat steeds lager leggen? Ik las ergens dat laagopgeleide jongelui van zo’n 35 jaar geleden minder taalfouten maakten dan de vwo’ers van nu. Zou dat waar zijn? Misschien komt het omdat er veel te veel verschillende dingen aan de scholen worden gevraagd?

Ik kan me haast niet voorstellen dat het komt omdat de leerkrachten te weinig verdienen, want de juffen en meesters die ik ken – en die ik van harte wat meer salaris gun – zijn voor het overgrote deel met hart en ziel bezig. Dus waarom lukt het niet om alle kids voldoende taalvaardig te maken?

Mijn allergrootste verbazing betreft het gebrek aan aandacht voor rekenen. Om de taalvaardigheden te bevorderen geven we bakken met geld uit, onder meer via de bibliotheken, maar we hebben veel en veel minder aandacht voor rekenen. En niet kunnen rekenen is inmiddels net zo’n groot probleem als niet genoeg kunnen lezen en schrijven.

Worteltrekken  

En met rekenen bedoel ik gewoon rekenen: optellen, aftrekken, de tafels, breuken en percentages. Niet worteltrekken en de integraalrekening. Gewoon simpel rekenen. Wat je nodig hebt om te kunnen zien hoe je je salaris moet verdelen over de maand. Wat je nodig hebt om te reserveren voor de zaken die je maar één keer per jaar hoeft te betalen. Waarmee je kunt bedenken of je wel of niet geld kunt lenen. Waarmee je kunt schatten wat iets ongeveer zou moeten zijn, zodat je weet wanneer je op de verkeerde knopjes van je digi-telraam op je smartdinges hebt gedrukt. Kortom; alles wat je nodig hebt om niet in de grote schulden en duurzame armoede te komen.

Onze fractie heeft daar in de raad aandacht voor gevraagd. En ja, er zijn mondjesmaat rekenlessen voor volwassenen bijgekomen. Druppels op een gloeiende plaat.

Ik wens iedereen een fantastisch 2018 en ik wens dat alle jongeren die in 2018 van school gaan in ieder geval de basis onder knie hebben: lezen, schrijven en rekenen.

Want ik heb met die basis van taal en rekenen enorm veel geleerd in de loop der jaren, maar van dit falen in ons hoogontwikkelde landje begrijp ik geen moer.