‘Marian gaat naar huis. Het begint te regenen. Marian is haar paraplu vergeten. Ze wordt helemaal nat.’ Dit is een stukje tekst uit een wat langer verhaaltje dat ik heb gemaakt voor de taalles. Sinds een paar maanden ben ik taalvrijwilliger en geef ik iedere week een les van twee uur aan mensen die nog maar beperkt Nederlands spreken. Het zijn de ‘beginners’.

Ze komen onder andere uit het Midden-Oosten zoals uit Syrië, maar ook uit China, en uit Eritrea. Meestal zijn er tussen de tien en vijftien mensen. Ik heb geen idee wat ze allemaal hebben meegemaakt, en ze kunnen me ook niet veel vertellen, want hun Nederlands is nog echt in het beginstadium. Het is geen officiële les. Er komt geen diploma. Het is aanvullend en zij nemen vrijwillig deel.

Ik probeer ze zoveel mogelijk woorden te leren, en praktische dingen zoals zichzelf voorstellen. Zodanig, dat het voor ons Nederlanders te verstaan is. En bijvoorbeeld de manier waarop we in het Nederlands de tijden zeggen, zoals ‘vijf over half vier’, want in dit land is tijd belangrijk als er afspraken worden gemaakt.

Met mijn korte verhaaltjes als aanleiding, bespreken we het leven van alledag. De winter, de verjaardag, op reis, het lijf. Daar komt veel tekenen en veel toneelspelen en uitbeelden aan te pas, want zij spreken nog niet veel Nederlands en ik spreek nul Chinees en nul Arabisch. Eén van hen spreekt een beetje Engels en verder helpt in uiterste nood ook een vertaalprogrammaatje op de telefoon. En wat vooral helpt is het enthousiasme waarmee ze proberen om het allemaal goed te doen.

Een vreemde taal leren is voor volwassenen helemaal niet makkelijk. En met de uitspraak komt het nooit meer echt goed als je de kinderleeftijd voorbij bent. De Nederlandse politiek volgen ze – voor zover ik het inschat – helemaal niet, op een enkeling na die naar het jeugdjournaal kijkt.

Ik denk aan deze ‘leerlingen’ als ik hoor dat een aankomend raadslid in Amsterdam dingen roept over het IQ van andere ‘rassen’ en dat zijn politieke baas daar geen afstand van neemt. Ik hoop dat het volledig aan mijn taalleerlingen voorbij gaat.

Rassendiscriminatie 

Het gaat niet voorbij aan mij. Ik vind het zorgelijk. Ik ben van kort na de Tweede Wereldoorlog toen we thuis en op school leerden dat we niet moeten doen aan rassendiscriminatie om ervoor te zorgen dat er nooit meer zo’n moordpartij als tussen 1940 en 1945 zal kunnen ontstaan. Ergens zijn we gestopt om voldoende door te geven aan de nieuwe generaties dat we niet moeten oordelen over mensen op basis van hun afkomst.

Mijn klasje doet zeer zijn best om de taal te leren, om te zorgen dat we elkaar kunnen begrijpen. Begrip opbrengen voor elkaar is altijd de basis van in vrede samenleven. Ik hoop echt dat de opmars van Baudet snel stopt. Niet in het minst omdat hij het – in navolging van de Brexit van de Britten – heeft over een Nexit. Nederland uit Europa zal een enorme aanslag zijn op onze welvaart en de kans op oorlog vergroten. Hopelijk zijn er nog genoeg mensen die de lessen van onze laatste oorlog niet zijn vergeten!

Marijke van der Meer is fractievoorzitter van de lokale politieke partij Zó! Zoetermeer. Ze is het langstzittende raadslid van Zoetermeer.

Reageer op dit artikel

Elke avond het laatste nieuws uit Zoetermeer? Gratis abonneren!