Een zomerse dag in de stad. Ik passeer een winkel waar alles van 1 tot 10 euro te koop wordt aangeboden. Theelepeltjes worden per gewicht verkocht. Achter de geïmproviseerde toonbank een traditioneel geklede jonge vrouw met hoofddoek.

In de tot de nok toe gevulde winkel met stoffige huisraad scharrelt een oudere man rond. Mijn oog valt op een miniatuurets. Het lijkt liefde op het eerste gezicht. 25 euro mevrouw. De rondscharrelende man blijkt het commerciële brein van de winkel te zijn. 25 euro? Zover reikt mijn liefde nu ook weer niet.

’s nachts droom ik van de ets, de vrouw achter de toonbank, de oudere man op een weegschaal tussen theelepeltjes. Na het ontbijt meteen richting winkel.

De vrouw achter de toonbank glimlacht. Ze herkent me nog. De ets ligt daar waar ik hem gisteren heb achtergelaten. 25 euro zei u? Inpakken maar. Ze komt uit Syrië, vertelt ze. Gevlucht voor oorlogsgeweld. In haar geboorteland werkte ze als docente kunstzinnige vorming. Ze legt me uit waarom deze ets speciaal is.

‘Ziet u, die kleurige lijntjes, dat is een bijzonder moeilijke techniek. Als de winkel genoeg opbrengt, ga ik weer kunst maken.’ Voor twintig euro mag de ets mee naar huis. Telkens als ik naar het schilderijtje kijk, denk ik aan deze jonge vrouw en hoop dat het haar goed gaat. In dat winkeltje zo ver van huis en haard. In een vreemd land met mensen die zich druk maken over 25 euro. Een oosterse wijsheid borrelt naar boven: Laten we ons geld omsluiten met onze handen en niet met onze harten.

Vanuit Zeeuws-Vlaanderen volgde Elsje Veth in 2011 haar hart naar Zoetermeer waar zij sindsdien samenwoont met fotograaf Chris van Dijke. Moeder van twee volwassen zoons en oma van kleinzoon Xavi. Werkt als fulltime secretaresse in Den Haag. Ze publiceerde twee verhalenbundels; ‘Neus snuiten en doorhoesten’ (2015) en ‘Rafels’ (2017). ,,Mijn columns ademen charme, levenslust, wijn en hoge hakken uit. Met hier en daar een vleugje peper,” Twitter: @elsjeschrijft.