Het doek gaat open. Het publiek schuift naar het puntje van de stoel. En daar staan ze hoor, twee formateurs.
Niet omdat het moet, maar omdat het blijkbaar niet anders kan. Alsof we een grootse première draaien, terwijl we nog niet eens een script hebben.
Vier jaar geleden hadden we één formateur, Bas Eenhoorn. Eén man, één tempo, één missie.
En nu? Nu hebben we een duo dat klinkt als een melodie in het ritme van stilstand.
En dan komt de politieke wiskunde. De coalitie heeft 20 zetels. De oppositie 19. Een meerderheid zo dun dat je afhankelijk bent van het weer. Een meerderheid die niet staat, maar wiebelt.
Iedereen ziet het.
Iedereen voelt het.
Iedereen vraagt het,
Is er een fundament?
Of is het een kaartenhuis?
Toch koos de coalitie ervoor om het zo te laten.
Ja, er was een optie.
Een vijfde partij erbij.
Breder draagvlak.
Meer stabiliteit.
Minder spanning.
Maar zou dat betekenen dat iemand een wethouderspost moet delen?
Of erger nog, inleveren?
In Zoetermeer blijkt dat het grootste offer sinds het afschaffen van gratis parkeren.
Dus blijft het bij vier partijen?
Vier partijen die elkaar vasthouden alsof ze op een schommel staan die net iets te hard heen en weer gaat.
Vier partijen die liever een wankele meerderheid hebben dan een stevige coalitie.
Want een extra partij betekent een extra stoel.
En een extra stoel betekent dat iemand moet opstaan.
En opstaan betekent ego inslikken.
En dat… is in deze stad een brug te ver.
Ook die laat al jaren op zich wachten.
En dus zitten we hier in het theater.
Met twee formateurs die praten, schuiven, analyseren, herkauwen.
Met een coalitie die balanceert op één zetel verschil.
Met een oppositie die met 19 zetels in de coulissen staat te fluisteren:
“Als er één iemand struikelt, zijn wij aan de beurt.”
Ondertussen wacht de stad.
Wachten de dossiers.
Wacht de toekomst.
Wacht iedereen op een begin dat maar niet komt.
Waar in andere gemeenten de nieuwe colleges al draaien.
Zoetermeer verdient geen musical van uitstel.
Geen voorstelling waarin de hoofdrolspelers blijven repeteren.
Geen coalitie die bang is voor haar eigen schaduw.
Zoetermeer verdient beweging.
Durf.
Stabiliteit.
Een cast die speelt en danst in plaats van twijfelt.
Als de nieuwe spelers nu nog steeds in de coulissen staan te fluisteren,
Als de formateurs blijven schuiven met stoelen alsof ze de IKEA‑handleiding kwijt zijn,
Dan is twijfel geen onvermijdelijkheid.
Misschien ontbreekt het nu al aan durf?
Zoetermeer verdient een coalitie die niet bang is voor haar eigen schaduw.
Een bestuur dat niet op één zetel verschil hoeft te balanceren alsof het een koorddans is.
Een stad die vooruitgaat omdat ze dat wil, niet omdat het toevallig lukt.
Laat lef besmettelijk zijn.
En deze stad heeft het al eens gehad.
Tijd dat het wordt voortgezet.
Als je durft.
Deze column schrijf ik op persoonlijke titel.