Nederlanders zien te hard rijden, hondenpoep en parkeerproblemen als de grootste overlast in hun buurt. Dat blijkt uit de Veiligheidsmonitor van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Ruim een kwart (27 procent) van de geënquêteerden gaf vorig jaar aan dat overlast door te hard rijden in de buurt als eerste moet worden aangepakt. De aanpak van hondenpoep wordt door bijna één op de vijf personen (18 procent) als meest urgente vorm van buurtoverlast genoemd. Een groep van 15 procent ergert zich het meest aan parkeerproblemen.

Vooral inwoners van minder stedelijke buurten ervaren te hard rijden en hondenpoep als grootste overlast. In meer stedelijke wijken ergeren bewoners zich vaker aan andere vormen van overlast, zoals rommel op straat en parkeerproblemen.

Dat geldt ook voor gemeenten met 70.000 inwoners of meer. Zo wil ruim een kwart van de Amsterdammers dat rommel op straat wordt aangepakt, terwijl bijvoorbeeld maar 4 procent van de inwoners van de gemeente Westland dit vindt. In Emmen wil 34 procent van de bevolking dat te hard rijden wordt aangepakt, tegenover 12 procent in Amsterdam. Inwoners van grote gemeenten langs de grens vinden dat de aanpak van drugsoverlast de grootste prioriteit verdient.

De Veiligheidsmonitor is een tweejaarlijkse landelijke enquête waarin Nederlanders van vijftien jaar en ouder worden bevraagd over thema’s als leefbaarheid en overlast in hun buurt. Vorig jaar deden bijna 150.000 Nederlanders mee aan het onderzoek. (ANP)