De woninghuren zijn dit jaar harder gestegen dan vorig jaar. Het hardst gingen de huren omhoog in Amsterdam, gevolgd door Utrecht en Den Haag, berekende het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

De huren stegen gemiddeld 2,3 procent in juli, het moment waarop de meeste verhuurders de tarieven verhogen. Een jaar geleden was er nog sprake van een gemiddelde huurstijging van 1,7 procent.

De hoofdstad spande de kroon met een gemiddelde huurstijging van 2,9 procent. Utrecht en Den Haag volgden op een gedeelde tweede plek met een gemiddelde stijging van 2,8 procent. Noord-Holland en Utrecht zijn de provincies waar huurders de maandelijkse last het snelst zagen oplopen. In Drenthe stegen de huren het minst.

Het CBS keek ook naar de ontwikkeling van huren over de afgelopen zes jaar. Daaruit blijkt dat huurprijzen de afgelopen jaren in die periode met 18,5 procent zijn gestegen. Dat is veel meer dan gemiddelde stijging van consumentenprijzen, die in dezelfde periode 8,5 procent omhoog gingen.

Dat grote verschil is huurdersorganisatie Woonbond een doorn in het oog. Een akkoord met woningcorporaties in 2015 legde de maximale stijging voor sociale huurwoningen weliswaar aan banden.

,,Maar door de enorme stijging in eerdere jaren betalen mensen fors te veel,”, zegt Woonbond-directeur Paulus Jansen.

De belangenorganisatie pleit er ook voor huurverhogingen in de vrije sector aan banden te leggen. Nu mogen verhuurders in dat segment nog zelf bepalen hoe hard de huurprijzen omhoog gaan. (ANP)