Het kabinet verwacht niet dat de invoering van een vliegtaks tot veel minder vraag naar vliegreizen zal leiden. Tickets worden de komende tijd toch wel duurder, mede door de schaarse beschikbaarheid van capaciteit op Schiphol. Met de extra winst die luchtvaartmaatschappijen daardoor maken, kunnen zij de belasting in belangrijke mate voor eigen rekening nemen.

Dat blijkt uit onderzoek dat het ministerie van Financiën heeft laten doen naar de effecten van een vliegtaks. In het regeerakkoord is vorig jaar al afgesproken dat zo’n belasting er in 2021 komt, liefst in Europees verband, maar als dat niet lukt op nationaal niveau.

,,Vliegen wordt, in tegenstelling tot reizen met een trein, een tram of een auto, op geen enkele manier belast,” zegt staatssecretaris Menno Snel (Financiën). ,,Terwijl het wel een aanslag is op het milieu.” Door een vliegtaks in te voeren hoopt het kabinet te bereiken dat consumenten en bedrijven daar in hun keuzes meer rekening mee gaan houden.

Alleen de manier waarop vliegen straks wordt belast, moet nog nader worden uitgewerkt. Daarbij ligt niet alleen de keuze tussen een Europese of een nationale aanpak, maar ook tussen een belasting per vliegtuig of per vertrekkende passagier. Ook wordt gekeken of de vliegtaks zo kan worden vormgegeven dat het gebruik van zuinigere vliegtuigen wordt gestimuleerd.

Het kabinet polst de komende maanden hoe de luchtvaartbranche erover denkt. Belanghebbenden kunnen hun mening geven over de varianten die op tafel liggen. In het najaar wordt gekozen welke variant tot een wetsvoorstel wordt uitgewerkt. (ANP)