De elektrificatie van het gemeentelijke wagenpark in Zoetermeer krijgt politieke aandacht. Er zijn schriftelijke vragen gesteld over het laden van gemeentelijke voertuigen. Daarmee komt niet alleen de verduurzaming van het wagenpark ter discussie te staan, maar ook de vraag wat deze omschakeling de gemeente kost en of er voldoende capaciteit op het elektriciteitsnet beschikbaar is.
Steeds meer gemeenten vervangen voertuigen op benzine en diesel door elektrische alternatieven. Dat past bij de klimaatdoelstellingen en kan bijdragen aan minder uitstoot en geluidsoverlast. Voor een gemeente die dagelijks voertuigen inzet voor werkzaamheden in de openbare ruimte, toezicht en andere gemeentelijke taken, is die overgang echter omvangrijker dan alleen de aanschaf van elektrische auto's.
De voertuigen moeten immers ook kunnen worden opgeladen. Daarvoor zijn laadpunten, elektrische installaties en mogelijk zwaardere aansluitingen nodig. Bovendien moet worden bekeken op welke momenten voertuigen worden geladen. Wanneer een groot deel van het wagenpark tegelijkertijd aan de stekker wordt gezet, kan een aanzienlijke piek in het elektriciteitsverbruik ontstaan.
Juist dat maakt de situatie in Zoetermeer interessant. Netcongestie speelt inmiddels een belangrijke rol bij woningbouw, bedrijven en maatschappelijke voorzieningen. De beschikbare capaciteit op het stroomnet is daardoor niet onbeperkt.
De gemeenteraad zal daarom willen weten hoe de gemeente de verdere elektrificatie heeft voorbereid. Hoeveel gemeentelijke voertuigen rijden inmiddels elektrisch? Hoeveel laadpunten zijn beschikbaar? Welke investeringen zijn daarvoor gedaan en hoeveel geld is de komende jaren nog nodig?
Daarbij gaat het niet uitsluitend om aanschafkosten. Elektrische voertuigen kunnen in het gebruik en onderhoud andere kosten hebben dan voertuigen met een verbrandingsmotor. Voor een eerlijke vergelijking moet daarom naar de totale kosten gedurende de levensduur van een voertuig worden gekeken.
Ook de bedrijfszekerheid is van belang. Gemeentelijke diensten moeten hun werkzaamheden kunnen blijven uitvoeren. Een voertuig dat nodig is voor een urgente klus in de stad moet beschikbaar zijn en niet noodgedwongen uren aan een laadpaal staan.
Slim laden kan een deel van het probleem oplossen. Voertuigen kunnen bijvoorbeeld verspreid over de avond en nacht worden opgeladen, waarbij het beschikbare vermogen automatisch wordt verdeeld. Daarmee kan worden voorkomen dat alle voertuigen tegelijkertijd maximaal vermogen vragen.
De politieke discussie raakt daarmee aan een groter probleem. Zoetermeer wil verduurzamen, woningen bouwen en bedrijven ruimte geven om van fossiele energie af te stappen. Al deze ontwikkelingen vragen tegelijkertijd om meer elektriciteit.
De vragen over het gemeentelijke wagenpark bieden daarom een interessante testcase. Als de gemeente van inwoners en ondernemers vraagt om te verduurzamen, zal zij zelf eveneens moeten laten zien hoe dat praktisch en financieel verantwoord kan worden uitgevoerd.
De antwoorden van het college moeten duidelijk maken hoeveel de overstap naar elektrisch rijden daadwerkelijk kost en vooral of het elektriciteitsnet de verdere groei van het gemeentelijke elektrische wagenpark aankan.