Jeugdzorg kost Zoetermeer miljoenen extra

15 September 2026, 08:09 uur
Lokaal
mainImage
Piqsels.com

De kosten voor jeugdzorg blijven een forse financiële uitdaging voor Zoetermeer. De gemeente verwacht dit jaar opnieuw miljoenen euro's meer uit te geven dan eerder was begroot. Vooral de kosten van specialistische jeugdhulp lopen op. Daarnaast blijkt ook de inzet van personeel voor de nieuwe wijkteams duurder uit te vallen.

De totale uitgaven binnen het sociaal domein waarop deze ontwikkelingen betrekking hebben, komen naar verwachting uit op ongeveer 104,8 miljoen euro. Voor de gemeente betekent dit dat opnieuw extra geld moet worden gevonden om de hogere kosten op te vangen.

De grootste tegenvaller zit bij de specialistische jeugdhulp. Hiervoor is naar verwachting circa 3 miljoen euro extra nodig. Het gaat om hulp aan kinderen en jongeren met problemen waarvoor gespecialiseerde ondersteuning of behandeling noodzakelijk is.

Daar blijft het niet bij. Ook de nieuwe wijkteams kosten meer dan aanvankelijk werd verwacht. De personeelskosten vallen naar schatting ongeveer 800.000 euro hoger uit. Daar staan op andere onderdelen meevallers tegenover, waardoor de totale verwachte overschrijding op Jeugd rond de 3,2 miljoen euro uitkomt.

De ontwikkeling is politiek relevant omdat gemeenten al jaren worstelen met de stijgende kosten van jeugdzorg. Sinds gemeenten verantwoordelijk zijn voor een belangrijk deel van deze zorg, blijkt het moeilijk de uitgaven structureel onder controle te krijgen. Tegelijkertijd kan de gemeente noodzakelijke hulp aan kwetsbare kinderen en gezinnen niet zomaar beperken.

Zoetermeer probeert met wijkgerichte ondersteuning problemen eerder te signaleren en inwoners dichter bij huis te helpen. Het achterliggende idee is dat vroegtijdige ondersteuning uiteindelijk kan voorkomen dat jongeren later zwaardere en veel duurdere specialistische zorg nodig hebben.

Juist daarom zijn de hogere personeelskosten van de wijkteams interessant. Op korte termijn betekenen die een extra financiële tegenvaller, terwijl de investering op langere termijn juist tot lagere uitgaven zou moeten leiden.

Voor de gemeenteraad wordt daarom belangrijk om te weten waar de stijging van de kosten precies vandaan komt. Zijn er meer jongeren die specialistische hulp nodig hebben, worden behandelingen duurder of blijven jongeren langer in zorg? Ook is de vraag wanneer de investeringen in wijkteams daadwerkelijk tot een daling van de vraag naar duurdere jeugdhulp moeten leiden.

Een overschrijding van 3,2 miljoen euro is voor Zoetermeer geen klein financieel verschil. Wanneer dergelijke tegenvallers structureel worden, kan dat uiteindelijk gevolgen hebben voor andere gemeentelijke uitgaven.

Daarmee staat het college voor een lastige opgave. Bezuinigen op noodzakelijke jeugdhulp is maatschappelijk nauwelijks een eenvoudige optie, maar ieder jaar miljoenen extra bijleggen evenmin.

De komende periode zal daarom niet alleen gekeken worden naar hoeveel geld er extra nodig is. Minstens zo belangrijk is de vraag of Zoetermeer erin slaagt de groei van de jeugdzorgkosten structureel af te remmen zonder dat kinderen en gezinnen die hulp nodig hebben daarvan de rekening betalen.