Vaak trek ik in de zomer hoog de bergen in, boven de 3000 m. En elke zomer verbaas ik me opnieuw. Niet over de indrukwekkende toppen, de eeuwige sneeuw of het uitzicht dat je adem beneemt, maar over de soms onbegrijpelijke keuzes van mensen.
Zo zag ik eens ouders die met een buggy een steil bergpad op gingen. Pas later leek het besef in te dalen dat dit misschien toch geen briljant idee was. Andere wandelaars moesten eraan te pas komen om het gezin veilig verder te helpen. Een avontuur? Misschien. Maar vooral een onnodig risico.
Ook zie ik regelmatig mensen op sneakers steile rotsen beklimmen, terwijl er nog ijs ligt. Alsof een berg zich iets aantrekt van zelfvertrouwen. En dan zijn er nog de gletsjers. Die lijken de laatste jaren alleen maar populairder te worden. Vorig jaar zag ik twee jongens van een jaar of twintig een gletsjer oplopen. Bergschoenen hadden ze aan, maar daar hield de uitrusting ook wel ongeveer op: geen pikkel, stijgijzers of touw.
Die gletsjer was nog bedekt met sneeuw – in bergtermen noemen ze zo’n gletsjer dan nog niet ‘naakt’. Prachtig om te zien, maar juist daardoor zijn de diepe gletsjerspleten onzichtbaar. Eén verkeerde stap kan fataal zijn. Hoog in de bergen is er bovendien lang niet altijd mobiel bereik. Wie daar in een spleet belandt, is volledig afhankelijk van de mensen om zich heen. Ervaren bergwandelaars weten waar de risico’s liggen en nemen niet alleen kennis, maar ook de juiste uitrusting mee om zichzelf of een ander te kunnen redden.
Het nieuws meldt ieder jaar weer meer ernstige en zelfs dodelijke ongelukken in de bergen, ook onder Nederlanders. Dat is geen toeval. De bergen zijn adembenemend mooi, maar ze zijn ook levensgevaarlijk. Ze vergeven geen overmoed en belonen geen onderschatting.
Geniet dus vooral van de bergen. Maar neem naast je zonnebril, zonnebrand en mobiel ook iets anders mee: gezond verstand. Dat is uiteindelijk de belangrijkste uitrusting die je kunt dragen.
Philip de Vries is rector/voorzitter College van Bestuur van het Alfrink College in Zoetermeer.