Soms kom je op een plek waar je meteen voelt: dit is goed voor de stad. Dat had ik vandaag, samen met Hilbrand Nawijn, in Café Max bij het Stadhuis-Forum. Een warme, open plek waar mensen elkaar ontmoeten zonder afspraak, zonder drempel, zonder ingewikkeldheid. Terwijl we daar zaten, tussen de gesprekken en de koffie door, dacht ik aan de vraag die inwoners mij of andere politici vaak stellen; waar staat Zoetermeer over tien jaar? En dan weet ik één ding zeker, het antwoord zit niet in containerbegrippen als toekomstbestendig of beleidsjargon. Het zit in mensen.
Want Zoetermeer is nooit gebouwd op plannen, maar op schouders. Op vrijwilligers die elke week klaarstaan. Op verenigingen die generaties verbinden. Op ambtenaren die hun werk doen met betrokkenheid en vakmanschap. Op hulpverleners die er staan op de momenten dat het ertoe doet. En op inwoners die elkaar blijven opzoeken en niemand uitsluit die mee wil doen, juist in tijden waarin dat niet vanzelfsprekend is. Dat is de basis van onze stad, en dat blijft het.
Als ik vooruit kijk naar 2040, dan zie ik geen stad die zichzelf opnieuw heeft uitgevonden, maar een stad die zichzelf heeft versterkt. We hebben dan meerdere plekken benoemd zoals Café Max, verspreid door de wijken kom je ze eigenlijk al tegen. Plekken waar je binnenloopt voor een kop koffie en weggaat met een gesprek dat je dag beter maakt. Plekken waar eenzaamheid geen kans krijgt omdat ontmoeting vanzelfsprekend is. Niet bedacht achter een bureau, maar ontstaan uit behoefte en gedragen door de gemeenschap.
Of het nu de sportvereniging is, de wijktuin of een wandelclub die ergens koffie drinkt. Onze verenigingen draaien in 2040 op volle kracht. Niet omdat we ze overladen met regels, maar omdat we ze hebben geholpen om te doen waar ze goed in zijn, mensen bij elkaar brengen. Kinderen laten we sporten, ouderen laten we meedoen, buurtgenoten laten we groeien. Dat is geen luxe, dat zijn de longen van onze stad.
De zorg is dan dichterbij dan ooit. Niet verstopt achter loketten, maar zichtbaar in de wijken. Met herkenbare gezichten, korte lijnen en oprechte aandacht. Geen stapels formulieren om hulp te krijgen, maar één gesprek met iemand die luistert. Dat is geen droom, dat is gewoon doen wat werkt.
Soms op straat met een buurtsportcoach, en als het nodig is schalen we op.
We gaan vaker met elkaar in gesprek over jeugdzorg en laten de kraan niet eindeloos open. Vrijwilligerswerk is in 2040 geen noodgreep meer, maar iets waar we trots op zijn. We hebben het niet gebruikt om gaten te dichten, maar om verbinding te versterken. En onze hulpverleners als de politie, brandweer, zorgprofessionals hebben de ruimte en ondersteuning gekregen om hun werk te doen zonder te verdrinken in papier. Want veiligheid en zorg beginnen bij mensen, niet bij systemen.
En onze ambtenaren? Die hebben we niet vastgezet in regels, maar juist benut. Hun kennis van de stad, hun betrokkenheid, hun vermogen om mee te denken, dat is een kracht die we veel te lang hebben onderschat. In 2040 is dat anders. Dan werken we samen, samen de straat op, de wijk in en niet langs elkaar heen.
Zoetermeer over tien jaar is geen stad van grote woorden, maar van kleine daden die samen een groot verschil maken. Het is een stad waar we elkaar blijven zien, blijven helpen, blijven waarderen. Een stad die niet wordt gedragen door plannen, maar door mensen. Door jou, door mij, door iedereen die elke dag een stukje bijdraagt. En als je mij vraagt waar Zoetermeer dan staat, dan zeg ik; precies hier. Maar sterker. Warmer. Meer verbonden. Omdat we het samen hebben gedaan. Zoals het altijd al bedoeld was.