De voorgenomen beëindiging van de huisvesting van Bridge Club Zoetermeer in wijkcentrum De Vlieger leidt tot politieke vragen. De Partij Democratie voor Zoetermeer (PDvZ) wil dan ook van het college weten welke rol de gemeente heeft gespeeld bij het besluit en dringt aan op een oplossing voor de ongeveer 260 leden van de bridgevereniging.
Volgens de PDvZ is de huurovereenkomst tussen Bridge Club Zoetermeer en Stichting Wijkcentrum De Vlieger opgezegd. De vereniging gebruikt het wijkcentrum voor haar activiteiten. In de opzegbrief van De Vlieger zou volgens de partij bovendien staan dat het besluit vooraf met de gemeente is afgestemd vanwege de subsidierelatie tussen het wijkcentrum en de gemeente.
Huisvesting vanaf 2027 onzeker
De PDvZ wil in eerste instantie weten of het college op de hoogte is van de voorgenomen beëindiging van de huisvesting per 1 januari 2027 en, als dat het geval is, sinds wanneer. Ook vraagt de partij welke contacten er over de kwestie zijn geweest tussen de gemeente, De Vlieger en de bridgeclub.
Daarnaast wil de fractie duidelijkheid over de mogelijke betrokkenheid van de gemeente bij het besluit. Als inderdaad vooraf overleg heeft plaatsgevonden, moet het college volgens de PDvZ aangeven wat daarbij is besproken en welke adviezen of standpunten vanuit de gemeente zijn ingebracht.
Belang voor sociale contacten
De partij wijst nadrukkelijk op de maatschappelijke functie van Bridge Club Zoetermeer. Met ongeveer 260 leden is de vereniging volgens de PDvZ niet alleen een plek waar wordt gebridged, maar levert zij ook een bijdrage aan ontmoeting en sociale samenhang en kan zij een rol spelen bij het tegengaan van eenzaamheid.
De PDvZ vraagt het college daarom of het die maatschappelijke betekenis onderschrijft en of het verdwijnen van een dergelijke voorziening zonder passend alternatief als onwenselijk wordt beschouwd.
Subsidierelatie onder de loep
Ook de financiële relatie tussen de gemeente en Stichting Wijkcentrum De Vlieger komt aan de orde. De partij wil weten welke subsidie, beheerovereenkomst of andere gemeentelijke ondersteuning het wijkcentrum ontvangt en welke maatschappelijke doelstellingen daaraan zijn gekoppeld.
Vervolgens wil de PDvZ weten of de gemeente heeft beoordeeld of het beëindigen van de huisvesting van een vereniging met circa 260 leden wel past binnen die doelstellingen. Ook wordt gevraagd welke mogelijkheden het college als subsidieverstrekker en samenwerkingspartner heeft om De Vlieger aan te spreken op zijn maatschappelijke verantwoordelijkheid.
Op zoek naar alternatief
Een belangrijke vraag is waar de bridgeclub terechtkan als zij De Vlieger daadwerkelijk moet verlaten. De partij vraagt daarom of de gemeente al gesprekken heeft gevoerd over alternatieve huisvesting en welke gemeentelijke accommodaties of andere locaties eventueel op korte termijn geschikt kunnen worden gemaakt.
De PDvZ wil dat het college zich actief inspant om te voorkomen dat Bridge Club Zoetermeer zonder passende accommodatie komt te zitten. Daarbij kijkt de partij ook vooruit naar een eventuele definitieve oplossing in de vorm van een denksportcentrum.
Totdat zo'n permanente oplossing beschikbaar is, moet volgens de partij duidelijk worden welke verantwoordelijkheid de gemeente voor zichzelf ziet om de continuïteit van de activiteiten van de bridgeclub te waarborgen. De schriftelijke vragen zijn ingediend door fractievoorzitter Tamara Haak en commissielid Remco van Veldhuizen.