Zoetermeer maakt zich op voor de Nationale Sportweek. Van 18 tot en met 27 september kunnen inwoners gratis kennismaken met tal van sporten. Maar achter de sportieve activiteiten zit voor de gemeente een belangrijkere uitdaging: hoe krijg je ook de Zoetermeerders in beweging voor wie regelmatig sporten helemaal niet vanzelfsprekend is?
De cijfers laten zien waarom dat belangrijk is. Uit de gemeentelijke Sportagenda blijkt dat een groot deel van de volwassen Zoetermeerders aan sport doet. In de Stadspeiling van 2023 gaf 73 procent van de inwoners tussen 18 en 64 jaar aan te sporten. Slechts 38 procent deed dat in georganiseerd verband.
Tegelijkertijd laten andere cijfers een minder gunstig beeld zien. Zoetermeer scoort op verschillende gezondheidsindicatoren minder goed dan het landelijke gemiddelde. Volgens cijfers die de gemeente in haar sportbeleid gebruikt, voldoet 38,6 procent van de volwassenen aan de beweegrichtlijn, tegenover 47,5 procent landelijk. Ook heeft 54,8 procent van de volwassen Zoetermeerders overgewicht.
Juist daarom wil de gemeente voorkomen dat de Nationale Sportweek alleen een feest wordt voor mensen die toch al regelmatig sporten. Verenigingen, scholen en de gemeente proberen inwoners op een laagdrempelige manier kennis te laten maken met activiteiten die zij misschien nog nooit hebben geprobeerd.
Het programma loopt uiteen van pickleball en vechtsport tot dans, skaten en een obstacle run. De Sportweek begint met Hunted, waarbij honderd jongeren van 12 tot en met 16 jaar twee uur lang uit handen proberen te blijven van politieagenten en handhavers. Ook komt er een sportfestival waar verschillende sporten gratis kunnen worden uitgeprobeerd.
Wethouder Sport Jordy Boerboom hoopt vooral dat inwoners hierdoor daadwerkelijk de stap zetten. „Sport brengt mensen bij elkaar. Dat zie je iedere dag bij onze verenigingen, in de sporthallen en gewoon buiten in de wijk. De Nationale Sportweek is een mooie kans voor iedereen om mee te doen, iets nieuws te proberen en vooral te ervaren hoeveel plezier bewegen kan geven.”
Maar de inspanningen beperken zich niet tot deze tien dagen. Zoetermeer zet het hele jaar buurtsportcoaches in, die activiteiten organiseren en verbindingen leggen met scholen, verenigingen en wijken. Daarbij is er aandacht voor kinderen en jongeren, maar ook voor volwassenen en ouderen die niet gemakkelijk aansluiting vinden bij het reguliere sportaanbod.
De gemeente wil activiteiten bovendien zo dicht mogelijk bij inwoners organiseren. Dat is van belang voor mensen voor wie bijvoorbeeld geld, gezondheid, leeftijd of het ontbreken van een passend aanbod een drempel vormt. Ook wordt gekeken hoe gebruikers van de ZoetermeerPas gemakkelijker hun weg naar sportverenigingen kunnen vinden.
Daarmee wordt de echte uitdaging van de Nationale Sportweek pas zichtbaar ná 27 september. Een gratis proefles of sportactiviteit kan iemand enthousiast maken, maar uiteindelijk gaat het erom dat inwoners ook daarna blijven bewegen.
Voor Zoetermeer is de Sportweek daarom meer dan een reeks sportieve evenementen. De komende weken moet blijken of de gemeente, verenigingen en andere sportaanbieders juist die inwoners weten te bereiken die tot nu toe nog te weinig bewegen. Want de grootste winst wordt niet geboekt door bestaande sporters nóg een activiteit aan te bieden, maar door nieuwe Zoetermeerders structureel in beweging te krijgen.