Van eeuwenoude kerkgebouwen tot architectuur uit de groeistadperiode: Zoetermeer heeft dit weekend tijdens Open Monumentendag opnieuw laten zien dat de geschiedenis van de stad veel breder is dan alleen het oude dorp. Op tientallen locaties konden bezoekers kennismaken met gebouwen, verhalen en plekken die normaal gesproken niet altijd voor het publiek toegankelijk zijn.
De editie van 2026 stond in het teken van ‘Veerkrachtig erfgoed, in tijden van onzekerheid’. Dat thema paste opvallend goed bij Zoetermeer. De stad heeft niet alleen historische boerderijen, kerken en molens, maar beschikt ook over relatief jong erfgoed uit de periode waarin Zoetermeer in hoog tempo veranderde van dorp in groeistad.
In totaal waren er dit jaar 36 locaties en activiteiten opgenomen in het Zoetermeerse programma. Ongeveer twintig monumentale panden maakten daarvan deel uit. Het zwaartepunt lag op zaterdag 12 september, toen het merendeel van de deelnemende gebouwen de deuren opende. Een kleiner aantal locaties was ook op zondag toegankelijk.
De officiële aftrap vond zaterdagmorgen plaats aan het Uiterwaard in Meerzicht. Wethouder Hilko Folkeringa onthulde daar om 10.00 uur een nieuw erfgoedbord. Op die plek stond tussen 1976 en 2001 het voormalige wijkcentrum Meerzicht, ontworpen door architect Ton Alberts.
Juist de keuze voor een gebouw dat inmiddels niet meer bestaat, maakte duidelijk dat erfgoed niet uitsluitend draait om het conserveren van oude stenen. Het voormalige wijkcentrum leeft nog altijd voort in de herinneringen van veel Zoetermeerders. Het nieuwe informatiebord moet ervoor zorgen dat ook nieuwe generaties kennis kunnen maken met de geschiedenis van deze plek.
Het wijkcentrum was in zijn tijd kenmerkend voor de manier waarop in de jaren zeventig over nieuwe woonwijken werd gedacht. Het moest multifunctioneel, toegankelijk en vooral een ontmoetingsplek voor buurtbewoners zijn. In 2001 verdween het gebouw om plaats te maken voor uitbreiding van het naastgelegen ouderencentrum.
Open Monumentendag bood vervolgens op verschillende plaatsen een reis door de geschiedenis van Zoetermeer. Een van de bekendste blikvangers was molen De Hoop aan de Eerste Stationsstraat. Vrijwilligers verzorgden rondleidingen en bezoekers konden vanaf de stelling over een deel van de stad uitkijken. Ook voor kinderen waren er activiteiten.
Ook de Oude Kerk in de Dorpsstraat speelde een belangrijke rol. Het huidige kerkgebouw dateert uit de achttiende eeuw, terwijl de toren uit 1642 stamt en tot de oudste nog bestaande bouwwerken van Zoetermeer behoort. Bezoekers konden het historische interieur bekijken en er was doorlopend muziek. Ook het carillon liet van zich horen.
Opmerkelijk aan de editie van dit jaar was de bijzondere aandacht voor het dovenerfgoed van Zoetermeer. Daarmee werd een onderdeel van de lokale geschiedenis belicht dat voor veel inwoners waarschijnlijk minder bekend is.
Zo was het Gebarenplein aan de 5 Mei-straat te bezoeken. Het gebouw begon zijn bestaan in 1959 als kleuterschool Kleutervreugd en wordt sinds 2006 gebruikt als ontmoetingscentrum van WeZoDo, de stichting Welzijn en Zorg Doven.
Ook de Morgensterkerk besteedde aandacht aan het christelijke dovenerfgoed. Bezoekers konden daar kennismaken met gebarentaal, muziek en verhalen. Daarmee kreeg Open Monumentendag niet alleen een architectonische, maar nadrukkelijk ook een sociale dimensie.
Andere kerken sloten daarbij aan met eigen programma's. In de Ichthuskerk stonden onder meer de verbouwing en verduurzaming van het gebouw centraal, terwijl in de Nicolaaskerk aandacht was voor de geschiedenis van het kerkgebouw, religieuze voorwerpen en muziek.
Juist die combinatie maakte het thema ‘Veerkrachtig erfgoed’ zichtbaar. Sommige gebouwen hebben eeuwenlang min of meer dezelfde functie behouden, terwijl andere panden verschillende levens hebben gehad. Scholen werden ontmoetingscentra, kerkgebouwen kregen bredere maatschappelijke functies en gebouwen uit de groeistadperiode worden inmiddels zelf als waardevol erfgoed beschouwd.
Daarmee verandert ook de manier waarop naar de geschiedenis van Zoetermeer wordt gekeken. De stad wordt nog regelmatig vooral geassocieerd met de explosieve woningbouw vanaf de jaren zestig en zeventig. Maar juist die periode is inmiddels zelf geschiedenis geworden. Gebouwen die destijds als hypermodern werden neergezet, zijn nu tientallen jaren oud en vertellen het verhaal van de ontwikkeling van de stad.
De Open Monumentendag van 2026 maakte daardoor zichtbaar dat Zoetermeer eigenlijk verschillende historische lagen bezit. De oude dorpskern vertelt het verhaal van het vroegere Soetermeer en Zegwaart, terwijl wijken als Meerzicht weer herinneren aan de enorme stedelijke groei van de tweede helft van de twintigste eeuw.
Het programma werd zaterdagmiddag bij de Historische Vereniging Zoetermeer aan de Dorpsstraat afgesloten met de opening van de tentoonstelling ‘Veerkrachtig erfgoed: verdwenen, bedreigd en behouden’. Daarin staat precies die vraag centraal: waarom verdwijnt het ene gebouw, waarom wordt het andere gered en hoe kan bestaand erfgoed een nieuwe bestemming krijgen?
Hoewel op zondag nog enkele locaties toegankelijk zijn, lag het zwaartepunt van de Zoetermeerse Open Monumentendag dus op zaterdag. Een definitief bezoekersaantal is op dit moment nog niet gepubliceerd. Het zou daarom te vroeg zijn om de editie uitsluitend op aantallen als een succes te bestempelen.
De waarde van het weekend zit echter ook ergens anders. Gebouwen waar inwoners dagelijks langs fietsen of rijden, kregen voor even weer een verhaal. En juist in een stad die in relatief korte tijd zo sterk is veranderd als Zoetermeer, is dat belangrijk.
Open Monumentendag liet dit weekend zien dat erfgoed niet per definitie honderden jaren oud hoeft te zijn. Soms staat het nog midden in de stad, soms heeft het inmiddels een andere functie en soms is het gebouw zelfs verdwenen. Wat overblijft, zijn de verhalen die duidelijk maken hoe Zoetermeer de stad is geworden die het vandaag is.
Door: Bart Bakker