Zorgelijke situatie over sociale huur en koophuizen in Zoetermeer

7 February 2026, 08:50 uur
Lokaal
mainImage
ANP
Foto ter illustratie.

Het college van Zoetermeer heeft deze week gereageerd op vragen van de LHN-fractie over huurders die tegelijk een sociale huurwoning én een koopwoning bezitten. Volgens het college is deze situatie zorgelijk, omdat het de doorstroming op de woningmarkt belemmert en sociale huurwoningen bedoeld zijn voor mensen die deze echt nodig hebben.

Wethouder Ronald Weerwag laat weten dat het college bekend is met een onderzoek waaruit blijkt dat sommige inwoners van Zoetermeer een corporatiewoning huren terwijl zij ook eigenaar zijn van een koopwoning. Op basis van landelijke gegevens wordt geschat dat het om 100 tot 150 huishoudens in Zoetermeer gaat. Het Centraal Planbureau (CPB) publiceert geen cijfers per gemeente of per corporatie, waardoor de omvang lokaal moeilijk exact in kaart te brengen is.

De wethouder benadrukt dat corporaties zelf vaak weinig zicht hebben op huurders die tevens een koopwoning bezitten. “Dit komt soms pas toevallig aan het licht,” aldus Weerwag. Bij de toewijzing van een sociale huurwoning wordt wel een inkomenstoets gedaan, maar een vermogenstoets vindt momenteel niet plaats". 

Het college is bereid om samen met Zoetermeerse woningcorporaties te bekijken welke maatregelen mogelijk zijn om dit probleem aan te pakken. Tegelijkertijd geven corporaties aan dat zij beperkt zijn in hun mogelijkheden. Zij beschikken niet over de juiste gegevens om het probleem goed te onderzoeken en hebben geen middelen om bestaande huurcontracten te beëindigen, omdat het bezit van een koopwoning geen formele reden is voor beëindiging van een huurcontract.

Samenwerking en vervolgonderzoek
Het college benadrukt dat het belangrijk is om gezamenlijk naar oplossingen te zoeken. Hierbij wordt gekeken naar mogelijke beleidsaanpassingen en samenwerking met corporaties om ongewend gebruik van sociale huurwoningen terug te dringen. Doel is dat sociale huurwoningen daadwerkelijk terechtkomen bij de huishoudens die deze het hardst nodig hebben, waardoor de druk op de woningmarkt kan worden verminderd.