Met de introductie van een online incassotoolkit voor (schuld)hulpverleners, heeft de ACM een volgende stap gezet in de aanpak van oneerlijke incassopraktijken. De ACM onderzoekt reeds sinds 2015 de incassosector, omdat consumenten problemen meldden met betrekking tot onterechte, onjuiste en agressieve incasso’s. Incassobureaus zouden zich op grote schaal schuldig maken aan (1) het innen van onterechte vorderingen, (2) het doorbelasten van te hoge incassokosten en (3) het ontoelaatbaar druk uitoefenen op consumenten.

De online incassotoolkit biedt consumenten en (schuld)hulpverleners een praktisch hulpmiddel om de rechtmatigheid van het handelen van het incassobureau te controleren. Diegene die worden ‘belaagd’ door een incassobureau kunnen onder meer controleren of het incassobureau te hoge incassokosten in rekening brengt (de zogenoemde ‘Rekenhulp Incassokosten’) en/of ontoelaatbare druk uitoefent door bijvoorbeeld te dreigen met bevoegdheden die zij niet hebben (de zogenoemde ‘Incassobrief Checker’). Als klap op de vuurpijl biedt de ACM consumenten en (schuld)hulpverleners de mogelijkheid om een melding te maken van een oneerlijke incassopraktijk.

Nobel en noodzakelijk

Laat ik vooropstellen dat het doel van de ACM om consumenten te beschermen tegen oneerlijke incassopraktijken nobel en noodzakelijk is. Het zijn immers vaak de kwetsbare consumenten uit de lagere inkomensgroepen met meerdere schulden die in aanraking komen met incassobureaus. De ACM schiet haar doel echter volkomen voorbij. Met name de stelling van de ACM dat incassobureaus consumenten niet voor de rechter mogen dagen, is volkomen onjuist en heeft mogelijk kostbare gevolgen voor de consument.

De online incassotoolkit meldt stellig dat een incassobureau geen vonnis bij de rechtbank mag verkrijgen, omdat alleen een deurwaarder naar de rechter kan stappen. De ACM gaat er hier kennelijk aan voorbij dat partijen in zaken voor de kantonrechter in persoon kunnen procederen en zij zich daarbij kunnen laten bijstaan of zich laten vertegenwoordigen door een gemachtigde (ex. art. 79 jo 80 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering).

Er bestaat een aanzienlijk gevaar dat incassobureaus in de minnelijke fase nul op het rekest krijgen door een (te) starre houding van de consument.

Immers, waarom zou een consument overgaan tot het verrichten van een betaling als het incassobureau niet bevoegd zou zijn om de vordering in rechte af te dwingen? Ten gevolge hiervan, zullen incassobureaus genoodzaakt zijn om namens hun cliënten een juridische procedure te starten, waarbij de vordering – indien rechtmatig – wordt vermeerderd met het griffierecht, salaris gemachtigde, nasalaris en betekeningskosten. De kwetsbare consument komt zo nog verder in financiële problemen; een situatie die uiteraard niet overeenstemt met de ACM-doelstelling.

‘Incasso-cowboys’

De ACM zou de (kwetsbare) consument beter dienen door inhoudelijk correcte informatie te verschaffen, in plaats van het wantrouwens jegens incassobureaus aan te moedigen. Uiteraard, de incassobranche wordt in diskrediet gebracht door zogenoemde ‘incasso-cowboys’ die geregeld de wet overtreden en consumenten – en dus ook andere incassobureaus – duperen met misleidende en agressieve handelspraktijken.

Echter, wat vaak wordt miskent is dat incassobureaus een constructieve bijdrage (kunnen) leveren aan het economisch verkeer. Immers, in tegenstelling tot deurwaarders die een commercieel belang bij een juridische procedure hebben (i.e. het verrichten van ambtshandelingen), gedijen incassobureaus het beste in het minnelijke traject.

Het minnelijke traject biedt zowel het incassobureau als de debiteur de mogelijkheid om tezamen in goed overleg tot een passende regeling te komen die een oplossing biedt voor de unieke omstandigheden van de debiteur. Achter ieder dossier schuilt namelijk een mens die haar eigen redenen heeft waarom de vordering onbetaald is gebleven. Indien bijvoorbeeld blijkt dat een debiteur aantoonbaar in financiële problemen verkeert, dan heeft het starten van een juridische procedure voor zowel de klant als de debiteur onnodige negatieve gevolgen.

Alleen maar verliezers

Enerzijds wordt de debiteur nog verder in de financiële problemen gedrukt, anderzijds loopt de klant het risico dat zij haar vordering – ondanks de verkrijging van het vonnis – alsnog niet kan innen, omdat de debiteur geen goederen heeft waarop de vordering verhaald kan worden. Een dergelijke procedure kent alleen maar verliezers. In het minnelijke traject daarentegen kan de vinger aan de pols worden gelegd bij de debiteur waarbij de kosten worden geminimaliseerd.

Een belangrijke kernwaarde van Trust and Law is om door middel van haar buitengerechtelijke dienstverlening tot een passende en unieke oplossing te komen met de debiteur. Door op een maatschappelijk verantwoordelijke manier te incasseren, levert Trust and Law een belangrijke bijdrage aan de verbetering van het imago van incassobureaus. Deze doelstelling vindt Trust and Law ontzettend belangrijk, omdat incassobureaus – ondanks hun vaak (onterechte) populaire imago – een groot maatschappelijk en economisch belang dienen.

Bent u geïnteresseerd in onze buitengerechtelijke dienstverlening? Onze medewerkers staan u graag te woord.


Over de columnist

Robbert Goossens (1992), afkomstig uit Apeldoorn, werkt sinds september 2016 als jurist voor Trust and Law Incassoservices. Hij studeerde aan de Radboud Universiteit in Nijmegen en de Nottingham Trent University in Engeland. Naast een passie voor de incassobranche speelt schermen een belangrijke rol in zijn leven. Goossens is meervoudig Nederlands kampioen (sabel). Vanuit het partnership met Zoetermeers Dagblad vertelt hij met een maandelijkse column over zijn vak.